Bevindingen zoektocht boek De moed tot liefde

Het idee voor dit boek is gebaseerd op de veelgehoorde gedachte dat angst en liefde elkaars ruimte innemen; dat het ene gevoel het andere uitsluit. Klopt dit en hoe kunnen we er dan voor zorgen dat we minder uit angst leven en juist meer vanuit liefde? Om hier meer inzicht in te krijgen interviewde ik vijftien personen die allemaal veel zinnigs over het thema ‘van angst naar liefde’ te vertellen hebben. Enkelen van hen voornamelijk vanuit hun levenservaring, anderen door hun professionele deskundigheid op dit terrein. In elk interview wordt de reis afgelegd van angst naar liefde. Een belangrijke vraag daarbij is, wat is onze aller diepste angst? Persoonlijk dacht ik dat het de angst voor het verdwijnen zou zijn; de angst voor de dood. Dat kreeg ik bij een paar geïnterviewden bevestigd. Echter werd ook de angst voor afwijzing als dominante angst genoemd. Daarbij werd evenwel niet uitgesloten dat de angst voor de dood de voedingsbodem is voor de angst voor afwijzing.

De algemene vaststelling is in elk geval wel dat ons ego er voor zorgt dat we bang zijn. Het ego maakt dat we ons afgescheiden voelen en dat gevoel van afgescheiden zijn maakt ons angstig en vaak ook eenzaam. Bovendien zorgt het ego er ook voor dat we al op jonge leeftijd gedrag gaan ontwikkelen dat ons moet beschermen tegen afwijzing, waardoor we ons onecht of zelfs manipulatief gaan gedragen. Vandaar dat het ego ook wel een masker of een schijnidentiteit wordt genoemd. Wanneer ons ego ons gedrag in heel sterke mate beïnvloedt, bemoeilijkt dat het ervaren van liefde of maakt dat zelfs bijna onmogelijk. Een extreem voorbeeld daarvan is de narcistische persoonlijkheidsstoornis. Dat er ook een interview met Mjon van Oers is gewijd aan narcisme, is daarom denk ik heel nuttig. Ook al omdat de samenleving steeds narcistischer lijkt te worden.

De algemene vaststelling is in elk geval wel dat ons ego er voor zorgt dat we bang zijn. Het ego maakt dat we ons afgescheiden voelen en dat gevoel van afgescheiden zijn maakt ons angstig en vaak ook eenzaam. Bovendien zorgt het ego er ook voor dat we al op jonge leeftijd gedrag gaan ontwikkelen dat ons moet beschermen tegen afwijzing, waardoor we ons onecht of zelfs manipulatief gaan gedragen. De meest gangbare mening is dat het een complex van mechanismen is dat ons moet helpen om te overleven, c.q. dat ons moet helpen om staande te blijven in de samenleving. Maar dan wel een complex dat regelmatig doorschiet of overdrijft. Beteugeling van het ego is dan gewenst. Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het is namelijk wel een baasje dat vecht voor zijn plek. Dat gevecht aangaan lijkt niet erg te werken. Beter is het om het ego te doorzien. Door Willem Glaudemans wordt aangeraden om het met humor te benaderen, om er zoveel mogelijk om te gniffelen of lachen wanneer je het doorziet.

Een andere mening over het ego is dat het een schijnidentiteit is, een nepfiguur, een ingebeeld zelf, dat ons telkens weer vertelt dat we op onze hoede moeten zijn, dat we moeten strijden, onderhandelen en manipuleren om ons leven prettig te laten verlopen. We zouden zonder ego kunnen en alleen zonder ligt de weg naar liefde en geluk open.

Belangrijk in de omgang met angst is dat we die wel voelen maar dat we ons er niet mee identificeren.

Elke geïnterviewde is wel van mening dat liefde onze ware aard is, die tevoorschijn komt naarmate het ego dooft. Maar hoe vaak gebeurt dat volledig? Het is merendeels roeien met de riemen die we hebben. Ook in de romantische liefde. Relaties blijken complexe materie te zijn die maar zelden het beoogde geluk brengen. Dikwijls ook omdat we er vanuit verkeerde behoeften en verwachtingen aan beginnen. Bijvoorbeeld dat onze partner een invulling moet zijn voor onze behoefte aan veiligheid. Dat hij of zij een invulling geeft aan het veilige gevoel van iemand die er altijd voor je is. Aan de andere kant kan het ook vertrouwd voelen om een relatie te hebben met iemand die je juist niet geeft wat je wil, omdat dat is wat je kent uit je jeugd. Mensen zijn wezens met een complexe aard.

En wat te denken van onvoorwaardelijke liefde? Bestaat die? Daar zijn de meningen heel verdeeld over. Ik voel me heel erg thuis bij wat Riekje Boswijk-Hummel er over zegt: ‘In feite is de uitdrukking ‘onvoorwaardelijke liefde’ een tautologie. Liefde is onvoorwaardelijk. Je houdt onvoorwaardelijk van je kind omdat je er mee verbonden bent, omdat je wilt dat het gelukkig is. En zo kun je ook van je partner houden. Maar dat wil niet zeggen dat je elk gedrag pikt. Of dat je elk gedrag kunt verdragen. Op het dagelijks niveau mag je toch bepaald gedrag van elkaar verwachten, ondanks de achterliggende liefde. Je zou liefde de bodem kunnen noemen waarop de relatie zich afspeelt. De bodem bestaat uit liefde die in wezen onveranderlijk is. Noem het onvoorwaardelijk. De relatie bestaat uit allerlei gedragspatronen waarin zich van alles afspeelt, en waarin van alles kan, en vaak ook móet veranderen om prettig met elkaar te kunnen leven.’

En moet je eerst van jezelf houden voordat je liefde voor iemand anders kunt opvatten? Caroline Franssen kijkt er heel nuchter naar: ‘Niemand weet echt wat het betekent om van jezelf te houden. Het is daarom een gemeenplaats, en in mijn ogen brengt het alleen verwarring om op die manier te denken. Ik kijk liever naar de balans tussen geven en ontvangen in een relatie.’ En natuurlijk kan een partner je ook helpen om meer van jezelf te gaan houden.

Zelfredzaamheid, een zelfstandig leven kunnen leiden voordat je aan een relatie begint is wel essentieel. Een relatie mag geen toevluchtsoord worden voor hen die niet de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven kunnen dragen. Leunen op je partner is geen recept voor een goede en duurzame relatie. Ook is het belangrijk om wat tijd vrij te maken voor eigen activiteiten.

Wat de liefde in de samenleving betreft is het maar de vraag welke kant dat het opgaat. Mjon van Oers signaleert dat het narcisme toeneemt. Wat ook betekent dat de liefdeloosheid toe zal nemen. In de spirituele hoek bestaat de hoop en het geloof dat er een groeiend bewustzijn zal ontstaan. Willem Glaudemans zegt het als volgt: ‘Ik geloof wel in een evolutie van bewustzijn. Dat wij als mensen langzamerhand steeds meer de liefde toe laten in ons leven. Wat ik in deze tijd geloof is dat we een soort bewustzijnsronde aan het maken zijn. Waardoor je eerst in heel veel chaos terecht komt, voordat je naar een nieuwe orde toe kunt. Belangrijk hierbij is dat we onze keuze voor liefde ook sterker kunnen maken.’ Laten we hopen dat hij het bij het rechte eind heeft.

Ik heb niet alle geïnterviewden in dit nawoord nog eens bij naam genoemd of uit hun teksten geciteerd. Ik wil in zijn algemeenheid zeggen dat het stuk voor stuk mensen zijn die ik bijzonder hoog acht, en ik dank hen allen voor hun bereidheid om aan dit boek mee te werken. De samenwerking is zonder uitzondering heel prettig en liefdevol verlopen. Dank, dank, dank!

Wat de strekking betreft van de inhoud en de toepasbaarheid daarvan in het eigen leven van de lezer, dat is geheel persoonlijk. Alles is situationeel en individueel. Er is niet één recept voor iedereen. Dat is denk ik ook goed aan de opzet van dit boek. Er worden heel veel waardevolle ervaringen, inzichten en praktische tips aangereikt. Veel daarvan zal na lezing ergens op zijn plek vallen. Soms meteen, en soms na enige tijd. Succes met jouw persoonlijke proces!

Omslag De moed tot liefde

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>