Het is niet altijd God wanneer de telefoon gaat

Mededeling: Deze tekst is niet actueel, in die zin dat Dick Swaab, de wetenschapper over wie het gaat, de laatste jaren niet meer van die belachelijke uitlatingen heeft gedaan als in de periode dat dit artikel werd geschreven. Toch is de tekst nog steeds van belang, om te laten zien dat een hele bevolking van een geciviliseerd land zogenaamde wetenschappers van naam gewoon op hun woord gelooft als zij complete onzin uitkramen. En dan nu het artikel.

Wetenschappers ontdekken de laatste jaren steeds meer interessante feiten die een nieuw licht kunnen werpen op het verschijnsel mens en de waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid van het bestaan van een hogere macht en een leven na de dood. Een sprekend voorbeeld is het onderzoek van Pim van Lommel naar de bijna dood ervaringen. Het werk van Van Lommel kan helpen om de waarschijnlijkheid over een leven na de dood te vergroten. De neurowetenschapper Prof. Dr. Dick Swaab zoekt daarentegen regelmatig het nieuws met zogenaamd wetenschappelijk bewijs voor het niet bestaan van een hogere macht. Swaab gelooft niet in een God of andere bovenzinnelijke zaken, en vindt zelfs dat de wereld beter af zou zijn zonder religie. Vanuit die optiek voert hij een soort kruistocht tegen alles wat met het geloof in een hogere macht te maken heeft. Daarbij baseert hij zich op zijn vakgebied; het hersenonderzoek. Hoofdthema’s van Swaab zijn dat er in onze hersenen een locatie bestaat voor onze geloofservaringen, de hippocampus, en dat geloofservaringen zoals Goddelijke openbaringen of het zien van Jezus worden opgewekt door epileptische activiteit in de omgeving van de hippocampus. Voor Swaab is dit een reden om te vinden dat religieuze of spirituele ervaringen uitsluitend een voortbrengsel zijn van onze hersenen. De apostel Paulus, Mohammed, Jeanne d’ Arc, Vincent van Gogh en Dostojewski hadden volgens Swaab geen echte religieuze/spirituele ervaringen of visioenen maar hadden epileptische aanvallen. Deze gedachte staat haaks op wat men vroeger dacht, namelijk dat epilepsie werd veroorzaakt door de invloed van een geestelijke entiteit.

Heilige ziekte

Het idee dat epileptische aanvallen werden veroorzaakt door invloed van een geestelijke entiteit is al heel oud. Bij de oude Grieken stond epilepsie bekend als de ‘heilige ziekte’, omdat daar al vermoed werd dat de ziekte te wijten was aan invloeden van buiten af. Dat konden goede invloeden zijn maar ook kwade. Ook de bijbel maakt gewag van de kwade oftewel demonische invloeden in bijvoorbeeld Mattheus 17: 14-20. Daar wordt beschreven hoe Jezus een geest uitdrijft bij een jongeman die leed aan vallende ziekte, oftewel epilepsie. In Marcus 9: 14-27 wordt dezelfde gebeurtenis nog eens veel uitvoeriger uit de doeken gedaan. In beide gevallen wordt echter beschreven dat Jezus de zieke geneest door de demon uit te drijven. En als het waar is wat er in de bijbel staat dan was uitdrijving dus in deze gevallen een probaat middel tegen de ziekte. Uitdrijving is echter nooit de behandeling bij uitstek voor epilepsie geworden. Misschien enerzijds omdat alleen Jezus de vermogens hiertoe had, maar mogelijk ook omdat epilepsie meerdere oorzaken kan hebben. Bijvoorbeeld zou een oorzaak kunnen zijn dat een persoon, de mogelijk erfelijk bepaalde, fysieke constitutie heeft voor epilepsie. Een tweede optie is dat de epilepsie wordt veroorzaakt door een hersenbeschadiging, een hersentumor, of een hersenontsteking. En een derde mogelijke optie is dat er een geestelijke entiteit toegang tot het systeem van de betrokkene probeert te verkrijgen. Ten goede of ten kwade. De eerste twee opties zijn medisch/wetenschappelijk tamelijk goed aantoonbaar, bij de derde optie is dat wat lastiger. Voor een juiste beoordeling van de theorieën van Swaab is echter van belang om de derde optie niet op voorhand uit te sluiten. Want wanneer deze optie aannemelijk gemaakt kan worden, ontstaat er een heel ander beeld dan Swaab wil geven. Namelijk het beeld dat religieuze ervaringen niet per se een product van de eigen hersenen zijn.

Visuele hallucinaties

Een van de favoriete voorbeelden waarmee Swaab zijn theorieen onderbouwt is het verhaal van de apostel Paulus die zich door een “ontmoeting” met Jezus tot het christendom bekeerde. Ten tijde van de ontmoeting was Paulus een fanatiek vervolger van christenen en heette hij nog Saul. Hij was onderweg naar Damascus “toen hem plotseling een licht uit de hemel omstraalde. Saul liet zich op de grond vallen en hoorde een stem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt gij mij? Saul vroeg hierop wie de ander was. Hij kreeg als antwoord: ‘Ik ben Jezus, degene die gij vervolgt’. De mannen die met hem meereisden waren sprakeloos, omdat zij wel de stem hoorden maar niemand zagen. Saul kon na deze gebeurtenis drie dagen niet zien, en ook at en dronk hij gedurende deze tijd niet. Swaab is er van overtuigd dat Paulus niet werkelijk met Jezus heeft gesproken maar dat hij een epileptische aanval gehad heeft. Dit omdat tijdelijke blindheid vaker voorkomt na temporaalkwab epilepsie, en omdat Paulus ook later visuele hallucinaties gehad zou hebben, waarbij hij Jezus zou hebben gezien. Wat hier allereerst opvalt is dat iemand die ongelovig is een tekst uit de bijbel aanhaalt, en deze als historisch gegeven behandelt. Is dit omdat dit verhaal Swaab goed van pas komt omdat hij te weinig sprekende voorbeelden kon vinden, of koos hij dit voorbeeld omdat hij daarmee het christelijke geloof tracht te ontkrachten? Verder is opvallend dat Swaab met geen woord rept over het feit dat de metgezellen van Paulus sprakeloos waren omdat zij ook de stem hoorden. Vindt Swaab het ook wel erg toevallig dat meerdere personen tegelijkertijd een epileptische aanval krijgen? Uiterst dubieus is echter dat een wetenschapper een diagnose stelt bij een patiënt die al tweeduizend jaar dood is, op grond van een luttel gegeven, namelijk de tijdelijke blindheid, en zonder de patiënt te zien. Zeer hypothetisch, en derhalve ook zeer onwetenschappelijk. Goed beschouwd valt Swaab door het voorbeeld van Paulus te gebruiken al pijnlijk door de mand. Geloofwaardiger zijn Swaabs aannames dat Jeanne d’ Arc, Dostojewski, en Vincent van Gogh epileptici zijn geweest. Dat hun visioenen echter door epileptische aanvallen werden veroorzaakt is opnieuw tamelijk speculatief. En ook daar geldt dat de patiënten niet meer onderzocht kunnen worden en dat de diagnose moet geschieden op basis van overlevering.

Telefoonverbinding

Als poging om het geloof te ontkrachten mogen de uitingen van Swaab een twijfelachtige waarde hebben, ze kunnen verrassenderwijs wel een bijdrage leveren aan de geloofwaardigheid van het geloof. Met name het door Swaab geponeerde feit dat er een gebiedje in de hersenen bestaat dat verantwoordelijk is voor religieuze ervaringen is voor gelovigen bijzonder interessant. Swaab gebruikt dit gegeven om aan te tonen dat onze hersenen verantwoordelijk zijn voor het produceren van de ervaring, eventueel onder invloed van een epileptische activiteit in de omgeving van de hippocampus. Dit zou dan moeten aantonen dat er niets daadwerkelijk waargenomen wordt, maar dat we de religieuze ervaring of het visioen zelf in ons hoofd creëren. Het brein zelf produceerde in Swaabs optiek de ervaring van Paulus dat hij Jezus zag en hoorde. In het geval van Paulus kan dit natuurlijk niet zo geweest zijn omdat ook zijn metgezellen de stem hoorden. Echter valt niet uit te sluiten dat dit fenomeen voorkomt. Er zijn daadwerkelijk enkele wetenschappelijke proeven bekend waarbij door prikkeling van de hippocampus religieuze ervaringen konden worden opgewekt. Dat religieuze ervaringen of visioenen echter altijd ontstaan ten gevolge van epileptische prikkeling van de hippocampus is een zeer hypothetische en onwetenschappelijke aanname. Swaab maakt tengevolge van wensdenken de fout om te vinden dat elke vogel een mus is. De zienswijze van Swaab kan bovendien heel gemakkelijk vervangen worden door de ook tamelijk geloofwaardige volgende hypothese: ‘God creëerde via schepping of gestuurde evolutie de mens. De mens moest over het vermogen beschikken om te kunnen geloven en religieuze ervaringen te hebben. God bracht daartoe een gebiedje in de hersenen aan dat de mens de optie biedt om religieuze ervaringen te hebben. Het gebiedje kan tevens fungeren als contactoptie tussen God, Jezus, engelen, enerzijds, en de mens anderzijds, en is dus ook een soort antenne of populair gezegd een telefoonverbinding.’ Paulus en zijn metgezellen werden vanuit deze benadering dus gebeld via een bestaande verbinding, die speciaal is aangelegd om het contact mogelijk te maken. Net zoals Abraham, Jesaja, Ezechiël, Petrus, en mogelijk Jeanne d’Arc, Dostojewski, en Mohammed via die verbinding werden gebeld. De bezetenen in de bijbel zouden dan gebeld kunnen zijn door demonen, oftewel geestelijke identiteiten van dubieuze allure. Mogelijk zijn zij te roekeloos geweest met het geven van hun telefoonnummer? Ook een epileptisch insult kan er toe leiden dat de telefoon (onbedoeld) gaat rinkelen. Het is dus niet altijd God wanneer de telefoon rinkelt. Natuurlijk is ook dit hypothetisch. Echter wanneer de hypothese van Swaab gemakkelijk vervangen kan worden door een gelijkwaardige totaal andere hypothese dan heeft de hypothese van Swaab niet de zeggingskracht die hij er aan toekent. In elk geval is de gedachte dat God gemeend heeft om ons te moeten uitrusten met de attributen waardoor wij religieuze ervaringen kunnen hebben en kunnen geloven plausibel. Een opperwezen die wezens creëert die niet in Hem kunnen geloven zou niet geloofd worden. Het feit dat wetenschappers constateren dat we zelfs zijn uitgerust met een hersengebied dat religieuze ervaringen mogelijk maakt, kan ons helpen om ons geloof te versterken. De wijze waarop we zijn ontworpen kan ons meer vertellen over onze ontwerper en Zijn bedoelingen. We mogen Swaab dankbaar zijn dat hij dit telkens weer onder de aandacht brengt, al zal hij het niet zo bedoeld hebben.

Hoogteziekte?

Dat Swaab wel vaker, al of niet bewust, onnauwkeurig te werk gaat als het gaat om de onderbouwing van zijn antigeloof campagne blijkt ook uit een stukje van zijn hand in het NRC van 27 september met de titel Denken en geloven. Swaab vergelijkt daar de visioenen van o.m. Petrus, Johannes, Jacobus, Jezus, en de openbaringen van Mohammed met de hallucinaties die bij bergbeklimmers optreden. Dit omdat Petrus, Johannes, Jacobus en Jezus, op de berg Tabor Mozes en Elia zagen, en Mohammed zijn openbaringen van Gabriel kreeg op de berg Hira. Swaab beschrijft de ervaring van bergbeklimmers als volgt: “Bergbeklimmers hebben soms, vooral in eenzaamheid, heftige ervaringen, zoals het gevoel van iemands aanwezigheid of hallucinaties zoals het horen van stemmen, het zien van mensen of van het eigen lichaam zoals bij een bijna-dood-ervaring, en heftige angst. “Swaab schrijft er niet bij dat deze ervaringen meestal pas optreden bij hoogtes boven de 3000 meter, tengevolge van zuurstofgebrek. Terwijl dat juist koren op zijn molen zou moeten zijn, want BDE’s en andere hallucinaties zouden in zijn optiek ten gevolge van zuurstofgebrek kunnen optreden. Dat valt hem te vergeven, maar dat hij niet even heeft gekeken op welke hoogte de voornoemden hun visioenen hadden is uiterst onnauwkeurig voor een wetenschapper. Jezus en de genoemde apostelen bevonden zich maximaal op 570 meter hoogte (de top van de Tabor) en Mohammed op zo’n 600 meter (de top van de Hira). Dat is lager dan de toppen van de heuvels in het Sauerland waar veel Nederlanders wel eens op zondagmiddag een wandelingetje maken!!!! Dat Jezus en zijn metgezellen ook geen prooi waren van de eenzaamheid lijkt ook duidelijk, want ze waren met zijn vieren. En van heftige angst zullen ze op deze bescheiden hoogte ook niet veel last gehad hebben. Nee, als ik zo kijk naar de wetenschappelijkheid van Swaabs beweringen geloof ik liever in een hogere macht dan dat ik Swaab geloof.

geplaatst in het tijdschrift Spiegelbeeld uitgave januari 2009

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>