Maar natuurlijk ben ik islamofoob en racistisch

Ik woon al tientallen jaren in een landelijke omgeving die heel veilig voelt. Ook daar kun je natuurlijk te maken krijgen met forenzende criminelen, maar daar ben ik me maar zelden van bewust. Ik voel daarentegen me wel eens onveilig als ik in grote steden rondwandel, gebruik maak van het openbaar vervoer, of wanneer ik op plaatsen ben waar veel mensen bijeen zijn. En dat gevoel van onveiligheid wordt sterker als ik veel gekleurde mensen zie, of personen die duidelijk herkenbaar zijn als moslim. Ja echt! Ik vind het ook heel erg naar, maar het valt niet te ontkennen.

Ondanks dat ik dit een bijzonder onplezierige constatering vind, neem ik het mezelf toch niet kwalijk. Ik ben ook maar een slachtoffer van inprenting van een hoop narigheid. Opsporing verzocht heeft sporen getrokken in mijn angstspeelplaat, de knallen van terroristische aanslagen op een aantal plaatsen in Europa galmen nog na in mijn oren, de gruweldaden van IS teisteren mijn voorstellingsvermogen, en zelfs het vreselijke bloedbad op de olympische spelen in München in 1972 ben ik nog niet vergeten. En dan heb je ook nog media, opiniemakers, en politici die je bewust angst aanpraten voor buitenlanders en moslims omdat ze daar zelf hun electorale of financiële voordeel mee kunnen doen. Het is geen wonder dat je onwillekeurig bang wordt, en dat die angst een kleur heeft. Het is als met een verkoudheid, je kunt bijna niet ontlopen dat je het oploopt.

Als we verkouden zijn proberen we daar echter wat te doen. We zetten uien naast het bed, drinken vlierbesextract (aanrader), gebruiken neusdruppels, slikken extra vitamientjes etc. Bij dit soort angsten doen we dat echter heel vaak niet. Waarom niet? Omdat we geloven dat onze angsten terecht zijn. We beschouwen het niet als een aandoening, en dus vinden we ook niet dat we er wat aan moeten doen. Dat is echter een enorme misvatting met grote gevolgen, en dat ga ik hier duidelijk maken.

Voedingsbodem vijandigheid en haat

Nuttige angst is realistische angst. Angst die in overeenstemming is met een bedreigende situatie helpt ons om adequaat te handelen, bijvoorbeeld te vluchten, of te vechten, naar de dokter te gaan… Angst die niet realistisch is; die groter is dan de situatie die ons bedreigt, ondermijnt slechts ons welbevinden en kan ons verkeerde keuzes laten maken. Het is dus voor onszelf heel belangrijk om onze angsten te onderzoeken op hun realiteitsgehalte. Echter is het onderzoeken van angsten niet alleen belangrijk voor ons eigen welbevinden maar ook voor onze opinie over fenomenen die we in de ons omringende wereld zien. Wanneer we met angst naar iets kijken betekent dat namelijk ook dat we dat wat we waarnemen als vijandig inschatten. En als we met een vijandige blik naar iets kijken heeft dat bijna altijd tot gevolg dat we dat iets gaan haten. Angst is een voedingsbodem voor vijandigheid, vijandigheid is een voedingsbodem voor haat. Dat is een psychologisch gegeven. Dat betekent dus dat wanneer de media, opiniemakers, of politici ons angst aanpraten voor een groep mensen, dat we deze groep als vijanden gaan zien, en er een flinke kans bestaat dat we hen gaan haten. Politici die haat willen exploiteren hoeven dus ook geen risico te lopen dat ze aangeklaagd kunnen worden voor haat zaaien, ze kunnen volstaan met het zaaien van angst. En dat is dus ook wat ze doen.

Politici die haat willen exploiteren, doen dat meestal bewust, het is een bewust onderdeel van hun strategie. Ook media en opiniemakers kunnen natuurlijk in hun strijd om aandacht heel bewust angst of vijandigheid zaaien. Tezamen met angst zaaiende politici kunnen ze er dan voor zorgen dat er meer vijandigheid in een samenleving ontstaat. En natuurlijk zijn er ook nog de criminelen en terroristen die ons angst aanjagen. Terroristen, bijvoorbeeld van IS, hebben zelfs de nadrukkelijke bedoeling om dat te doen, en hopen daarmee onze samenleving in tweeën te splijten.

Bubbles

Wanneer we al deze angstexploitanten hun zin geven, wordt onze samenleving er natuurlijk niet beter op. Niet alleen omdat wij zelf een vijandiger houding ten aanzien van andere groepen gaan innemen, en deze ons dan vervolgens ook weer als vijanden kunnen gaan zien, maar ook omdat we in de verleiding komen om de angstexploitanten te steunen. Bijvoorbeeld door te stemmen op politici die angst zaaien, door aandacht te geven aan media en opiniemakers die angst versterken, of door onbedoeld mee te werken aan de strategie van terroristen die tweespalt willen veroorzaken.

Aanleg tot negativisme

Maar wat kunnen we zelf doen? Het angstvirus is uitermate besmettelijk. Ik kan er helaas over meepraten, omdat ik merk dat het ook zijn invloed op mij heeft. Terwijl ik notabene al jaren mijn best doe om het gedachtegoed van de PVV te bekritiseren, en bijvoorbeeld een artikel heb geschreven waarin ik uitleg dat islamofobie een heuse aandoening is. Nee, het is niet eenvoudig om niet beïnvloed te worden. Vooral ook omdat angst een heel primaire emotie is. Het krijgt een voorkeursbehandeling bij de verdeling van onze aandacht. Informatie die afkomstig is uit onze zintuigelijke waarnemingen wordt allereerst beoordeeld op mogelijke gevaren, want bij gevaar moet er immers snel gereageerd kunnen worden. Daarbij maken we ook gebruik van ons geheugen. Is in het geheugen bijvoorbeeld opgeslagen dat slangen gevaarlijk zijn, dan wordt het lichaam binnen fracties van seconden in een totale staat van paraatheid gebracht om over te gaan tot vluchten of vechten bij het zien van een slang. Dit soort reacties gaan reflexmatig en bijna volledig automatisch via de hersenstam. Ook ons denken wordt echter door ons angstsysteem beïnvloed. Emoties en gedachten zijn te vergelijken met tweerichtingsverkeer. Gedachten kunnen emoties veroorzaken, maar emoties kunnen ook gedachten veroorzaken. Eén opwelling van angst kan je extra waakzaam maken voor nog meer bedreigingen; je bekijkt de wereld door een filter dat alles wat twijfelachtig is eruit pikt als een mogelijk gevaar. We zijn voortdurend op onze hoede en dat komt onze levensvreugde niet ten goede. De sociaal psycholoog Jonathan Haidt beschrijft in zijn boek ‘De gelukshypothese’ hoezeer deze mechanismen negatief ingestelde wezens van ons maken: “Het grondbeginsel dat “aanleg tot negativisme” wordt genoemd, steekt overal de kop op in de psychologie. Bij interacties tussen gehuwden zijn er minstens vijf goede of constructieve handelingen nodig om de schade goed te maken die door elke kritieke of vernietigende handeling is veroorzaakt. Bij financiële transacties en kansspelen is het plezier van het winnen van een bepaald bedrag kleiner dan de pijn bij het verliezen van hetzelfde bedrag” en: “Steeds weer ontdekken psychologen dat de menselijke geest sneller, sterker en volhardender op slechte dingen reageert dan op gelijke mate van goede dingen”.

Wij mensen zijn dus sneller bang dan nodig is en dat heeft weer zijn invloed op hoe we in het leven staan. Dat we dat echter weten kan ons helpen. Immers, dan doen we er toch verstandig aan om het met een onsje minder te doen. Gewoon wat minder angstig zijn, daar worden wij vrolijker van, en dan zijn we ook veel aardiger voor anderen.

De gekte voorbij

Dat we met zijn allen lachwekkend irreëel angstig zijn voor terrorisme laat zich gemakkelijk duidelijk maken door middel van een vergelijking. Allereerst een quizvraagje: ‘Wat denkt u, hoeveel terroristische aanslagen met islamitische achtergrond hebben er de laatste dertien jaar in Nederland plaatsgevonden, en hoeveel mensen zijn daarbij omgekomen?’ Het juiste antwoord is één, namelijk de aanslag op Theo van Gogh. Dat was natuurlijk vreselijk, maar als je dat afzet tegen de aandacht die de terroristische dreiging krijgt in de media en in de politiek, en de angst onder een groot deel van de bevolking, dan lijkt hier toch sprake te zijn van een angst die niet in verhouding staat tot de realiteit van de bedreiging. Als je er kansberekening op los laat dan moet je dus op grond van die ene aanslag in dertien jaar gaan berekenen hoe groot de kans is dat een individu in Nederland slachtoffer wordt van een terroristische aanslag. Ik ben geen statisticus, maar ik denk zo met mijn natte vinger dat het getal dat de kans moet uitdrukken begint met enkele tientallen nullen voor de komma. De kans is waarschijnlijk net wat groter dan de kans dat je wordt gebeten door een giftige spin, die vanuit Columbia in een tros bananen is meegekomen op een boot, die voor de kust van Madagaskar is gezonken, waarbij de spin zich het vege lijf heeft kunnen redden door net voor het zinken op een stuk langsdrijvend wrakhout te springen dat maanden later op de kust van Terschelling aanspoelt. Het zou toch wel erg vreemd zijn om bang voor die denkbeeldige spin te zijn nietwaar? Maar we zijn het wel. Gek he? Maar het is nog gekker. We gaan namelijk wel onverantwoord lichtvoetig om met andere serieus te nemen risico’s. Bijvoorbeeld het risico dat we lopen wanneer we weggebruiker zijn. We zagen al dat het aantal dodelijke slachtoffers van terrorisme in Nederland in 13 jaar één was. Per jaar sneuvelen er in het verkeer echter zo’n 600 mensen. Dat zijn er dus in 13 jaar een kleine 8000. Achtduizend mannen, vrouwen, kinderen, pappa’s, mamma’s, opa’s, oma’s, verliefden, geliefden…, uit het leven weggerukt door een lullig ongeval met een auto, een fiets, een vrachtwagen, een bus… Natuurlijk is er zelden sprake van kwade opzet, zoals bij de terrorist die een auto jat en er mensen mee doodrijdt. Maar helaas is er wel heel vaak sprake van roekeloosheid, onverschilligheid, hufterigheid, haast, en een onverantwoorde rijstijl. En hebben de media het hier dagelijks over? Wordt er een groot thema van gemaakt door politici? Vind iemand als Wilders dat het verkeer nu afgeschaft moet worden? Het antwoord op al dit soort vragen is nee. Sterker nog, we keren het om, we vinden dat mensen met verkeersangst, die dus de weg niet meer op durven, lijden aan een fobie. Je bent een beetje gek als je niet met de auto de weg op durft. Terwijl het risico om op de weg het leven te laten 8000 keer zo groot is als de kans dat dat bij een terroristische aanslag gebeurt. Nog één keer in één zin om te laten zien hoe maf dat het is: we maken met zijn allen een enorme ophef over iets dat in 13 jaar één mensenleven heeft gekost, en we accepteren 8000 doden door een ander fenomeen bijna als iets wat er bij hoort, als een geaccepteerd risico. Gek he?

Waar willen we ons druk over maken?

Ik hoorde toevallig pas geleden een praatprogramma op de radio waarin aan de orde kwam dat er in 2016 621 mensen in het verkeer waren gesneuveld. Daar werd ook de vraag gesteld of er misschien meer maatregelen tegen onveilig, riskant, en hufterig rijgedrag genomen zouden moeten worden, en of bijvoorbeeld het gebruik van dashcams zinvol zou kunnen zijn. De deelnemers aan het gesprek moesten er om uiteenlopende redenen weinig van weten. Eigenlijk was de stemming dat men zelf toch wel het liefst zo weinig mogelijk kans wilde lopen om bijvoorbeeld bij te hard rijden, of tijdens het appen echter het stuur betrapt te worden. We maken ons niet druk over die doden (en gewonden), hoort bij het leven, maar zo gauw het over terrorisme gaat, breken de sluizen en wordt die ene aanslag in dertien jaar gebruikt om de grote groep vreedzame moslims in Nederland weg te zetten als potentiële terroristen. Hoe hypocriet kun je zijn.

Natuurlijk is het wel zo dat onze angst voor terrorisme ook versterkt wordt door aanslagen in het buitenland. Daar hoort echter de constatering bij dat het dus in het buitenland gebeurt en niet hier. En…. hoe vreselijk ook, maar als je het aantal slachtoffers bij elkaar optelt, en je laat er kansberekening op los, dan begint het kans percentage dat je in Frankrijk of Duitsland slachtoffer wordt van een terroristische aanslag waarschijnlijk nog steeds met enkele tientallen nullen voor de komma. En ook daar zal het aantal verkeersslachtoffers duizenden malen groter zijn.
Er zijn echter wel meer risico’s dan in het verkeer waar we ons niet erg druk over maken.

  • Er overlijden jaarlijks zo’n 1000 mensen door medische of organisatorische fouten in ziekenhuizen. Natuurlijk wordt er van alles gedaan om dat te verminderen, maar wat je ziet dat het tot relatief weinig ophef leidt in de media en de politiek. Zeker als je het vergelijkt met de ophef over de terroristische dreiging.
  • Door bijwerkingen van medicijnen overlijden elk jaar in Nederland zeker 3500 mensen. Daar wordt in de media in verhouding tot de dreiging van terrorisme bijzonder weinig aandacht aan besteed.
  • Er overlijden in Nederland jaarlijks tienduizenden mensen aan volksziekten die gerelateerd zijn aan (vermijdbaar) ongezond gedrag, zoals bijvoorbeeld roken, overgewicht, bewegingsarmoede. Hier wordt in de media en politiek wel aandacht aan besteed, maar in feite veel te weinig, omdat veel voorlichting hier van betekenis kan zijn.

Aldus ontstaat er een plaatje dat we bijzonder selectief zijn met waar we onze angst op richten. Maar zoals al gezegd, dat komt niet uit de lucht vallen. In de media en de politiek bestaan krachten die die angst jegens de islam bewust aanwakkeren. De mislukte politicus Jan Roos die nu columnist is voor de louche hoax website DDS neemt daarbij zelfs een voorschot op de toekomst:
“Van alle landen binnen Europa met een groot islamitisch bevolkingsdeel zijn we tot nu toe de dans ontsprongen, maar dat kan nooit meer lang duren. En dan bedoel ik een grote aanslag zoals in Parijs, Brussel, Stockholm, Madrid, Londen en Berlijn, niet een enkele jihadistische moord zoals op Van Gogh. Nee, iets groots en meeslepend. Amsterdam ontbreekt nog in het rijtje Europese hoofdsteden. En dat zal weldra veranderen.”

Je kunt natuurlijk nooit uitsluiten dat Roos gelijk krijgt. Waar we echter oog voor moeten blijven houden is dat er door dit soort figuren steeds weer olie op het vuur van de haat aanwakkerende angst wordt gegooid. We dienen ons er tegen te wapenen dat we ons er door laten vergiftigen. Hoe we ons er tegen wapenen kan individueel verschillen. Angst buiten houden is niet altijd eenvoudig. Daardoor kan het voorkomen dat we ons er op betrappen dat we onwillekeurig bang zijn voor gekleurde mensen of moslims. Dat hoeven we ons niet aan te trekken. Als we maar in staat zijn om zaken in hun proporties te plaatsen, en angst niet laten verworden tot wantrouwen, vijandigheid en haat. Angst zetelt in ons reptielenbrein, maar we beschikken ook over een neo-cortex, en het is handig om die het laatste woord te geven. Daar is soms wel moed voor nodig. De Zuid-Afrikaanse strijder tegen de appartheid Nelson Mandela heeft kennelijk ook moet leren om zijn angst niet de baas te laten zijn: ‘Ik leerde dat moed niet de afwezigheid is van angst, maar het overwinnen ervan. De dappere man is niet hij die niet bang is, maar hij die die angst overwint.’

O, en tot slot nog even het , mocht u straks de weg nog op moeten, ik wil u niet bang maken, maar rijd u voorzichtig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>