Vrij denken

De gedachten zijn vrij, wie kan ze beletten? Zij ijlen voorbij, naar eigene wetten. Dit zijn de eerste twee regels uit een Duits lied uit 1870. De eerste regel doelt op het feit dat niemand je kan beletten om te denken wat je wil. De tweede regel geeft aan dat gedachten altijd hun eigen weg gaan. Dat lijkt soms wel zo, maar ik geloof niet dat dit helemaal klopt. Misschien klopt dit zelfs helemaal niet. Het denken staat in eerste instantie ten dienste van ons systeem om te overleven. Dat moet logischerwijze zo geëvolueerd zijn. In een tijd dat mensen nog amper konden denken, kwamen voorlopers van ons in situaties terecht die om een oplossing vroegen. Bijvoorbeeld wanneer ze geen eten of drinken hadden. Of wanneer ze bedreigd werden door een wild dier. Of wanneer ze een plek moesten vinden waar ze veilig konden wonen. De individuen en de stammen die er het handigst in waren om daarvoor een oplossing te bedenken overleefden. Daardoor vond er een natuurlijke selectie plaats van mensen die oplossingen konden bedenken voor problemen aangaande het voortbestaan van het individu en de soort. Dat betekent ook dat de aandacht van het denken daar nog steeds in eerste instantie naar toe gaat. Ons denken is allereerst de slaaf van onze zorg om ons voortbestaan. Weliswaar komt het met creatieve oplossingen en verrassende gedachten maar het is wel tamelijk onvrij in de keuze van het onderwerp waar de gedachten over gaan. De piramide van Maslov laat dat mooi zien.

De breedste laag onderin betreft de organische of lichamelijke behoeften. Het volgende niveau betreft de veiligheid en zekerheid. De derde laag betreft dan wel de behoefte aan vriendschap, liefde en positief-sociale relaties, maar ook die behoeften hebben veel te maken met het persoonlijk voortbestaan. Tegenwoordig kun je alleen in een flatje prima overleven. Maar er zijn ook tijden geweest dat overleven in je eentje bijna onmogelijk was. Die noodzaak om bij een groep te horen, en zo meer overlevingskansen te hebben, zit na miljoenen jaren van evolutie nog steeds diep in ons wezen verankerd. Zozeer dat we nog steeds een sterke drang hebben om ergens bij te horen, bijvoorbeeld om supporter van een voetbalclub te zijn. Dit lijkt dan misschien heel erg losgekoppeld te zijn van de eigen overlevingsdrang, maar dat is slechts schijn. De groep is dan slechts een verruiming van de eigen persoon, en het gevaar van degradatie van de club betekent net zoiets als persoonlijk gevaar.

Ook de vierde laag in de piramide van Maslov, de behoefte aan waardering en erkenning, is nog sterk gerelateerd aan de overlevingsdrang. Een stevige plek in de groep was een beveiliging tegen uitstoting. Pas in het topje van de piramide van Maslov, de laag van de zelfontplooiing of de zelfactualisatie,  is het denken tamelijk vrij, in die zin dat daar het denken daar niet meer zo sterk ten dienste staat van de zelfhandhaving. In een later stadium heeft Maslov in het uiterste topje nog een laagje toegevoegd, namelijk die van de transcedentie. In deze staat, die ook wel verlichting wordt genoemd, zou het denken helemaal vrij moeten zijn van de dienst aan het persoonlijke voortbestaan en de persoonlijke behoeften die daarmee samenhangen. Deze staat van onthechting wordt echter maar door weinigen bereikt.

Het overgrote deel van de mensen heeft nog steeds een denksysteem dat voor het grootste deel ten dienste staat aan de zelfhandhaving en de invulling van de eerste persoonlijke behoeften. Dat is ook niet zo vreemd want de tijden dat ons bestaan nog dagelijks heel levensbedreigend was liggen nog niet zo ver achter ons. Pas de laatste eeuw hebben we in tenminste delen van de wereld een situatie bereikt dat er beduidend minder bedreigingen voor het voortbestaan van brede lagen van de bevolking zijn. Omdat de drang naar zelfhandhaving en het pareren van bedreiging zo lang manifest zijn geweest neemt deze echter nog steeds een prominente plek in. En daardoor is ons denken ook bij lange na niet zo vrij als we soms willen denken. Hoeveel mensen zijn er niet doodsbang wanneer hun baan op de tocht staat, of wanneer hun aandelen kelderen? Hoeveel mensen zijn er niet totaal in paniek als ze even geen geld hebben om de huur of de energierekening te betalen? Zelfs las ik onlangs in een geloofwaardig artikel dat mensen al doodsangsten uitstaan zijn wanneer ze in ongenade lijken te vallen bij hun chef. In zulke situaties wordt het denken helemaal in beslag genomen door de zogenaamd levensbedreigende situatie.

Het denken kan dan echter wel zorgen voor uitermate creatieve oplossingen. Alle mogelijke oplossingen passeren de revue. De gedachten ijlen dan voorbij, schijnbaar naar eigen wetten, om de tweede regel van het Duitse lied nog maar eens aan te halen. Als je bijvoorbeeld geldnood hebt kunnen je gedachten aangeven dat het een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om een bank te beroven, of een diefstal te plegen. Of wanneer iemand je in de weg staat zouden je gedachten kunnen opperen om die persoon uit de weg te ruimen. Of wanneer je erg veel zin in seks hebt dat je de dichtstbijzijnde persoon van het andere geslacht zou kunnen bespringen. Moeten we ons voor deze gedachten schamen? Nee hoor schaamte is hier misplaatst. Ons brein reikt ons slechts alle mogelijke oplossingen/opties aan. Er is een andere instantie in ons die een schifting maakt in de bruikbare gedachten. Daar vind toetsing plaats met ons geweten, met liefdevolle gevoelens jegens anderen, en hogere beginselen. En als het daar goed werkt dan is het helemaal niet erg dat onze gedachten vrij zijn in het aanreiken van elke mogelijke oplossing voor een probleem. Tenminste dat vind ik, het staat u geheel vrij om daar anders over te denken. Oh ja, dit stukje is natuurlijk geschreven vanuit niveau 4 en 5, en is derhalve relatief vrij van denken te dienste van het eigen voortbestaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>