Tagarchief: interview

Interview met God (1)

Zo lang ik mij kan heugen worstel ik met bepaalde levensvragen. Over kwesties als: wat is de zin van ons bestaan?, bestaat God?, waarom staat God alle ellende in de wereld zomaar toe?, waarom zijn de dinosauriërs uitgestorven? etc. Daarover na te denken helpt niet echt, zo is mijn ervaring. Doeltreffend nadenken heeft alleen zin wanneer je over voldoende informatie beschikt. En omtrent deze vragen is ons die informatie niet gegeven. Dus kwam ik een tijdje terug op het idee om die informatie maar te gaan inwinnen. Om zeker te zijn dat ik ook betrouwbare informatie zou krijgen, leek het mij handig om mij te wenden tot het allerhoogste adres; God zelf. Maar hoe doe je dat, je kunt Hem niet eenvoudigweg bellen, mailen, of tweeten. Tenminste ik heb nog niet van iemand gehoord die op die manieren contact heeft gemaakt. Ook bidden lijkt meestal eenrichtingsverkeer te zijn. Toen ik daar zo over na zat te denken kreeg ik een heldere gedachte; God had Mozes al eens toegesproken via een brandend braambos, dus misschien was dat het communicatiemiddel bij uitstek.

Geleid door deze ingeving, ging ik naar een stuk bos tussen Hengelo en Lonneker, de wildernis genaamd, en zocht daar een prachtige braamstruik uit. Het was al dagen erg droog, en dus schatte ik in dat de struik wel zou willen branden. Tegelijkertijd was ik ook bezorgd dat er gevaar voor bosbrand bestond. Daarom legde ik eerst een wal van aarde rond de struik. Dat was een klus die zeker een uur in beslag nam. Daarna kwam natuurlijk de vraag aan de orde of ik de struik zelf aan moest steken of dat God dat zou doen. Ik besloot het uiteindelijk maar bij Hem te laten, en stelde de simpele vraag: “Almachtige God ik wil u graag een paar vragen stellen, kunnen we daarvoor een afspraak maken?” Geen reactie…, dus stelde ik de vraag nog maar een keer. Weer geen reactie. Pas nadat ik de vraag voor de derde keer had gesteld, begon er aan de onderkant van de struik voorzichtig een vlammetje te knetteren dat zich snel tot een vlammenzee uitbreidde.

Toen het vuur op zijn hoogtepunt was klonk er een stem. Niet zomaar een stem, maar het geluid van een bulderende storm die woorden vormde: “Mensenkind, je hebt erg veel moed dat je mij durft lastig te vallen. Ik kan erg vertoornd raken wanneer ik wordt gestoord. Bovendien was ik net aan het wandelen in de hemelse tuinen, en dan heb ik even helemaal geen zin om mij met aardse zaken bezig te houden. Aan de andere kant komt jouw vraag wel op het goede moment, want de tijd is rijp om weer wat geheimen te openbaren, dus roep maar een dag en tijdstip waarop ik je kan halen.”

Ik was even te confuus om te antwoorden. Het is ook geen alledaags verschijnsel om de stem van de Allerhoogste te mogen horen. Toen ik mijn krachten hervond slaagde ik er in om hakkelend uit te brengen: “He.. Hemelse Va..Vader past het u op 3 november om 10.00 uur ’s ochtends?” Het antwoord klonk snuivend als van een vuurspuwende draak, en de vonken spetterden tot in de kruinen van de bomen: “Zo vroeg? Dan heb ik amper mijn ontbijt van hemelse cornflakes met vruchten door mijn keel. Laten we het een uurtje later doen. Je hoeft er niets voor te ondernemen, ik pik je op, en we gaan dan vervolgens naar een plek waar we rustig kunnen praten. Gegroet mensenkind”. Meteen nadat de Allerhoogste deze woorden sprak was de struik opgebrand, en bleef ik alleen achter in een opvallend stil bos.

Op de dag van de afspraak was ik al om 4 uur ‘s ochtends wakker. Nerveus natuurlijk, want een interview met de Allerhoogste is geen sinecure. Ook maakte ik me zorgen over de wijze waarop ik vervoerd zou worden naar de plek waar het gesprek plaats zou vinden. Ik heb vliegangst….. Natuurlijk weet ik wel dat als de Allerhoogste je verplaatst, er niet het minste risico bestaat, maar toch….. Gelukkig bleek de angst ongegrond. Om precies elf uur bevond ik mij plotseling, van het ene moment op het andere, op een andere plek. Een betoverende plek. Ik zat op de top van een heuvel, omgeven door prachtige bloemenweiden.

Het mij omringende landschap had een kleurintensiteit die ik niet beter kan omschrijven dan onaards, maar dan fraaier. Het licht dat deze wereld bescheen was ook anders dan zoals wij dat kennen. Het was een licht dat vrij was van de bedreiging van de donkerte, een licht dat vanzelfsprekend en zuiver voelde; dat er was omdat er niets anders was. Zoals het goede kan bestaan zonder het kwaad. Wij mensen kunnen ons dat natuurlijk niet voorstellen, omdat voor ons het goede juist zichtbaar wordt door het kwaad. Op de plek waar ik was, was echter elk gevoel van dualiteit afwezig. Er was een eenheid die een gevoel van opperste gelukzaligheid opriep.

Als rechtgeaard aardmens vroeg ik mij natuurlijk meteen af of dit op termijn niet saai kon gaan worden. Maar zo voelde het niet, het had voor mij eeuwig kunnen duren. Dit gevoel van extase werd nog eens versterkt toen ik Zijn aanwezigheid voelde. Een aanwezigheid die ik niet verder kan en mag beschrijven. De Allerhoogste maakte dit meteen kenbaar: “Geen foto’s en geen film alsjeblieft. Ook een beschrijving van mijn verschijning wordt niet op prijs gesteld. De mensheid kan het nog niet aan om mij in levende lijve of in pixels te zien, een beschrijving van mijn persoon zou op sommigen zelfs al een indruk kunnen maken die ze psychisch niet aankunnen. Laat ze nog maar een tijdje blijven geloven in een oude man met een grijze baard, of zoals je tegenwoordig vaak hoort in “iets”. Daar schuilt niks kwaads in. Dat jij mijn gelaat wel kunt aanschouwen komt omdat je hier in andere omstandigheden verkeert. De afwezigheid van het kwaad hier op deze plek maakt dat het aanschouwen van mijn “gelaat” voor jou te verdragen is. Maar mensenkind, brand los met je vragen. We hebben een uurtje.”

Nou ja, daar was ik natuurlijk voor gekomen. Ik had mij grondig voorbereid, en een vragenlijstje meegenomen, dus rolde de eerste vraag meteen van mijn lippen:

Allerhoogste, door het eten van de appel van de boom van kennis van goed en kwaad moesten Adam en Eva het verschil tussen goed en kwaad leren kennen. U had die boom daar geplant. Betekent dit ook dat u voorzien had dat Adam en Eva deze zonde zouden begaan?

Antwoord God: “Aan deze wereld is een heel andere wereld voorafgegaan, de wereld van de dinosauriërs. Deze wereld was een creatie van Lucifer, in Genesis en Openbaring dan ook wel toepasselijk de grote draak of Leviathan genoemd. Het was een prachtige dierentuin met bijzonder indrukwekkende wezens. Na miljoenen jaren hadden we het echter wel gehad met deze verstandeloze beestenbende, waar verder ook geen vooruitgang in zat, en die dus saai begon te worden. Dus stuurden we een komeet een beetje bij zodat deze op de aarde insloeg. De resultaten zijn bekend, de dinosauriërs stierven uit, een aantal kleinere diersoorten die in het volgende project zouden passen bleven bestaan. Lucifer was het daar helemaal niet mee eens, hij was een echte reptielenfan, en hij keerde zich tegen me, en ook tegen het volgende project, waarin de mens ten tonele zou verschijnen. De bedoeling van het mensproject was om wezens te creëren naar ons evenbeeld, die tevens de vrijheid zouden bezitten om hun eigen keuzes te maken. Die vrijheid zou dus ook moeten inhouden dat zij konden kiezen voor het “nietgoede” oftewel het kwaad. Dit wordt symbolisch tot uitdrukking gebracht door de “boom van kennis van goed en kwaad” in Genesis.

Natuurlijk hoopte en verwachte Ik dat de mens zich aangetrokken zou voelen tot het goede en het niet nodig zou vinden om van de boom te eten. Echter, Lucifer was nog steeds gefrustreerd over zijn verlies van de wereld van de dinosauriërs en wilde met alle middelen tegenhouden dat het mensproject in de gekozen opzet zou slagen. Daarom zorgde hij er door middel van zijn slangenact voor dat de mens er voor koos om wel van de boom te eten. De consequentie daarvan was dat de mens het kwade niet alleen theoretisch zou leren kennen maar het ook aan den lijve zou moeten ondervinden. Dat kon echter niet in het paradijs. Daar was alles wat de mens nodig had, en daarom was daar geen reden om tot het kwade te vervallen. Het kwade is namelijk iets dat bij uitstek floreert in de materiële wereld, waar wezens de zorg voor hun fysieke voortbestaan hebben. In de geestelijke wereld heb je geen kleren nodig, geen voedsel, en geen bezit. De strijd om bezit speelt daar dus ook geen rol, en dus is er ook geen concurrentie die mensen tot het kwade verleidt. Om het kwade te leren kennen moest de mens dus in materiële wereld worden geplaatst. Zoals in de bijbel staat: “De mens moest zijn brood verdienen in het zweet des aanschijns”. Enfin, de mens werd dus op de aarde geplaatst, en moest daar zien te overleven. Niet eens zozeer als een straf, maar als consequentie van zijn keuze. Mensen die mij verantwoordelijk achten voor de ellende in de wereld begrijpen het dus ook niet goed. Het lijden is in feite de prijs voor de vrijheid. Ik weet echter zeker dat de mens die vrijheid zal gebruiken om uiteindelijk voor het goede te kiezen. Allereerst omdat de mens naar mijn evenbeeld is geschapen, maar ook omdat het een natuurwet is dat het goede uiteindelijk overwint. Dat laatste is uitermate logisch, want het kwade kan zichzelf niet in stand houden, het goede wel. Wanneer de mens uiteindelijk door inzicht en ervaringen voor het goede heeft gekozen is het ook geen kadootje van de Schepper, maar een verworvenheid van de mens zelf. Vergelijk het maar met iemand die een mentaal probleem heeft. Het kan dan wel tijdelijk helpen om pillen te nemen, maar dat laat de aandoening niet echt verdwijnen en het leidt wel tot afhankelijkheid. Wanneer de patiënt echter zelf zijn depressiviteit weet te overwinnen, is dat een verworvenheid waardoor hij mogelijk levenslang vrij is van zijn aandoening. Zo zal ook het overwinnen van het kwaad er toe leiden dat de mens slechts nog geneigd zal zijn tot het goede.

Dus u weet nu al zeker dat het goed met de mens zal aflopen?

Absoluut, en wie kan het beter weten dan ik.

Maar Allerhoogste was het dan niet veel doeltreffender geweest om Lucifer te vernietigen?

Ha, ha, ja dat zou een aardse sterveling kunnen denken maar zo simpel is dat niet. Ik ben een democratische God en hecht bovendien grote waarde aan mijn geloofwaardigheid. Ook voor Lucifer geldt dat het kwade zichzelf zal moeten straffen. Zijn werkterrein is de aarde, waar hij wil laten zien dat de mens uiteindelijk niet tot het goede geneigd is. Daarvoor heeft hij een bepaalde tijd gekregen. Wanneer zijn tijd voorbij is zal de balans opgemaakt worden. Wanneer blijkt dat hij ongelijk gehad heeft, zal hij de consequenties daarvan moeten aanvaarden.

Allerhoogste, bestaat er voor de mens een leven na de dood?

Ja, in feite sterft de individuele mens niet. Dat zou pas echt zonde zijn. Wanneer de menselijke ziel een groeiproces wil doormaken, is daar meer tijd voor nodig dan 70 a 80 jaar.

Betekent dit dat karma en reïncarnatie bestaan?

Ja en nee. Het is gewoon allemaal iets ingewikkelder dan de meeste mensen geloven. Hou het er maar op dat de mensen die geloven in de hemel, en zij die geloven in reïncarnatie, beide een beetje gelijk hebben.

En hoe zit het nou met evolutionisme en creationisme?

Ook daar zien we dat er te strakke standpunten bestaan, en dat er teveel in tegenstellingen wordt gedacht. De waarheid ligt ergens in het midden. Het menselijke lichaam is meegegroeid met de menselijke ziel. Ook dit is te ingewikkeld om uit te leggen, maar ga er maar van uit dat er sprake is van een evolutie waar ik af en toe een handje meehelp. Overigens geldt dit natuurlijk ook voor de dieren.

Maar is de mens dan nu intussen al een beetje af?

De mens van nu is in evolutionair opzicht  zeker nog niet een eindresultaat. Met name de neocortex is nog niet helemaal volgroeid. Daar moeten we nog wat aan sleutelen. Dat is echter lastig omdat we de wisselwerking tussen het lymbische systeem en de neocortex ook in de gaten moeten houden. Daar gaat nog wel eens wat mis, en wanneer dat gebeurt leidt dat tot gekke dingen.

Er wordt u nogal eens verweten dat U mensen laat lijden zonder dat U ingrijpt, en dat U dus een meedogenloze God bent. Wat is uw verweer?

Allereerst kan ik me niet verweren. Daarvoor zou ik te veel moeten uitleggen wat het begripsniveau van de mens op dit moment te boven gaat. Het heeft echter veel te maken met wat ik in een vorig antwoord al heb aangegeven; het lijden van de mens is nodig om goed en kwaad te leren kennen.

Dat is de prijs die de mens betaalt voor de vrije wil. Ik wil daar nog wel aan toevoegen dat mensen die het vermogen bezitten om het lijden van anderen in te voelen, zelf minder lijden zullen hoeven te ondergaan. Dat is een wetmatigheid. Het is dus ook zeker waar dat de mens voor een belangrijk deel zijn eigen lijden creëert. Overigens kan ik je met betrekking tot dit onderwerp aanraden om eens het boek ‘Uit je hoofd in het leven’ van Steven C. Hayes te lezen. Daarin staat prachtig uitgelegd hoe je het verzet tegen lijden kunt omvormen tot levenslust. Maar voor anderen, die dit interview lezen, wil ik ook jouw artikelen ‘Vrij denken’ en ‘De bevrijding van de vrije wil’ aanbevelen.

U lijkt niet veel op te hebben met genotzucht, het najagen van materieel bezit etc. Klopt dit?

Het leidt tot niets. Natuurlijk is het goed om af en toe van dingen te genieten, zoals een goede maaltijd of van intimiteit met je partner. Degenen die echter teveel gericht zijn op het bevredigen van hun genotzucht straffen zichzelf. Zij zijn als verslaafden die van de ene roes in de andere willen overgaan. Op termijn geeft de roes steeds minder bevrediging, en wordt de marteling van de tussenliggende onthouding steeds zwaarder.

In de bijbel staat in het oude testament beschreven dat er wel momenten zijn geweest dat u zich manifesteerde en ingreep. Sinds Jezus lijkt u dat niet meer te doen. Wat is daarvan de reden?

Op de momenten dat ik nog zichtbaar ingreep was de mensheid nog jong. Vergelijk het met de opvoeding van kinderen; wanneer ze nog jong zijn hebben ze veel begeleiding van hun ouders nodig. Wanneer kinderen in de pubertijd zijn, dienen ouders hen steeds meer eigen verantwoordelijkheid te geven, zodat ze hun eigen ontwikkelingsweg kunnen gaan. Tot aan Jezus gaf ik de mens veel wetten en voorschriften. Jezus maakte daar een einde aan door de wetten en voorschriften te vervangen door de liefdesboodschap. Inmiddels is de mensheid in de fase van gevorderde volwassenheid aanbeland. Mensen kunnen nog steeds bij me terecht om om wijsheid en kracht te bidden. Ik moet ze echter niet meer de wet willen voorschrijven.

Toch zijn er nog orthodoxe religies en religieuze leiders die hun volgelingen op een Oudtestamentische wijze de wet willen voorschrijven. Wat moeten we daar dan van vinden? 

Van gehoorzaamheid leer je niks, en het leidt heel dikwijls tot situaties waarin het eigen geweten en het eigen vermogen tot onderscheid worden uitgeschakeld. Tal van oorlogen en andere walgelijke daden zijn tot stand gekomen door slaafsheid aan een leider of een gemeenschappelijke waan. Religieuze leiders zouden de liefde dienen te prediken en geen voorschriften. Het leven van liefde verheft de mens. Niet alleen omdat het de tegenhangers haat en agressie met alle lijden wat daar bij hoort uitsluit, maar ook omdat leven met liefde de geest verrijkt en het leven glans geeft. Zoals Paulus in 1 Korinthiers 13:1-13 treffend beschrijft, het draait uiteindelijk allemaal om liefde.

Uitnemendheid der liefde

  1. Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.
  2. En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.
  3. En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.
  4. De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
  5. Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
  6. Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;
  7. Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.
  8. De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.
  9. Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;
  10. Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.
  11. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was.
  12. Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.
  13. En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

Verder zou ik er ook een voorstander van zijn dat pastoors, imams, dominees, en andere geestelijke leiders, wat meer gebruik zouden maken van bevrijdende psychologie. Wanneer je een mens op een geestelijk niveau verder wil helpen moet je hem ook begrijpen, hem kunnen aanreiken wat aansluit bij zijn geestelijke behoeften en ontwikkeling. Ik geef een voorbeeld. Er zijn religieuze stromingen waarbinnen men zo bang is om te zondigen dat men situaties waarin verleiding zou kunnen ontstaan krampachtig uit de weg gaat. Bijvoorbeeld mannen die in een bus of vliegtuig niet naast een vrouw durven zitten omdat dat zondige gevoelens zou kunnen oproepen. Dat is niet gezond. Sterker nog dat is neurotisch vermijdingsgedrag, gebaseerd op de angst voor eigen gevoelens en gedachten, en dat kan heel dwangmatige vormen aannemen. Geestelijk leiders die wat voor hun gelovigen willen betekenen zouden in hun preken kunnen uitleggen dat vermijding geen echte oplossing is, en dat het leren verdragen van gedachten en impulsen dat wel is. Ook daarvoor is het boek ‘Uit je hoofd in het leven’ van Steven C. Hayes een absolute aanrader.

Veel mensen vrezen de dood. Tegelijkertijd zijn er velen die vermoeden dat het na de dood alleen maar mooier wordt. Waarom geeft u daar niet wat meer duidelijkheid over?

Allereerst is het zo dat het verschijnsel van de lichamelijke dood behoort tot de leerweg die het kennen van goed en kwaad mogelijk maakt. Dat is een gevolg van de keuze die de mens heeft gemaakt in het paradijs, en die leidde tot de uiteenzetting met de materiële of grofstoffelijke omstandigheden. Natuurlijk kan ik niet gaan vertellen dat het na de fysieke dood allemaal veel mooier is. Dan hield ik op aarde niemand over. Bovendien werkt het ook niet zo. Hoe het in een volgend leven gaat, wordt ook bepaald door het leven dat iemand heeft geleid, en de inzichten die men heeft verworven. Daar valt dus in algemene zin niets over te zeggen. Wel kan ik zeggen dat zelfmoord in de meeste gevallen niet leidt tot betere omstandigheden. De ervaringen die men nog nodig heeft, zullen toch opgedaan moeten worden.

Tot slot: heeft U nog een leuke uitsmijter?

Openbaring 21 vers 1-7. Deze belofte zal ik waarmaken. Gegroet mensenkind, en als je nog eens wat wilt weten….. Maar lees voordat je met nieuwe vragen komt mijn boek nog eens goed. Ook mijn tijd is kostbaar.

Voor degenen die Openbaring in de bijbel niet weten te vinden, het is het laatste hoofdstuk. Voor degenen die het teveel moeite vinden om het op te zoeken volgt hier de tekst:

Toen zag ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en ook de zee bestond niet meer. Ik zag een nieuw Jeruzalem, een nieuwe heilige stad, neerdalen vanuit God vanuit de hemel. Ze was als bruid getooid, mooi gemaakt voor haar man. En uit de richting van de troon hoorde ik luid een stem zeggen : ‘Nu heeft God zijn tent onder de mensen opgeslagen! Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volk zijn. God zelf zal bij hen zijn en hij zal elke traan uit hun ogen wissen. De dood zal er niet meer zijn; geen rouw, geen weeklacht, geen pijn zal er zijn, want de eerste dingen zijn voorbij.’ Hij die op de troon was gezeten zei : ‘Ik maak alles nieuw’. Tegen mij zei hij : ‘Schrijf! Want deze woorden zijn geloofwaardig en waarachtig’. En dit waren zijn woorden : ‘Alles is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft zal ik te drinken geven uit de bron met water dat leven geeft, om niet. Dit zal het deel zijn van wie overwint : Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon.’

Noot: Alle personen en omstandigheden in dit interview zijn ontsproten aan de fantasie van de schrijver. Elke overeenkomst met werkelijk bestaande personen, wezens of omstandigheden is rein toevallig. Slechts de tekst uit Openbaring is waarheidsgetrouw overgenomen uit de bijbel. Hierop rusten geen auteursrechten; het kopiëren of verveelvoudigen van deze tekst is vrij.