Welkom

Koffie

Welkom in mijn digitale leeshoek. Maak het je gemakkelijk en neem een kopje koffie of iets anders. Om te beginnen even kort wat info over de inrichting van deze website. In het menu hierboven en aan de zijkant staan artikelen waar je op kunt klikken.

Hieronder een overzicht van mijn boeken en een selectie van enkele teksten die actueel zijn of om andere redenen in mijn ogen extra lezenswaardig.

Machosofty

Een plaats voor mooie gevoelens is uitgegeven in 2018. Inmiddels niet meer verkrijgbaar. Ben nu bezig met een soortgelijk boek met columns en essays.

een plaats voor mooie gevoelens

Ook uitgegeven in 2018

Zeker weten eerste boek 2

Update 18-11-2019

Een heruitgave:

Een leven na de dood cover compleet (2)

Update 13-01-2022 Een nieuwe versie van mijn boek De moed tot liefde met bijdragen van onder meer: Jan Geurtz, Willem Glaudemans, Riekje Boswijk-Hummel, Caroline Franssen, Marja Ruijterman. 

De bevrijding van de vrije wil

Vrijheid is een groot goed. Een mens wil de regie voeren over zijn eigen leven zonder al teveel belemmeringen van buitenaf. Vandaar dat er in de geschiedenis van de mensheid heel veel strijd tegen onderdrukking en voor vrijheid is gevoerd. In hoeverre zijn wij echter zelf vrij van interne belemmeringen. Zijn we willoze slaven van biologische processen, remmingen, verslavingen, gedragspatronen en automatismen?

De vrije wil bestaat niet. Wij zijn ons brein. Dit zijn de veelzeggende titels van boeken van de hand van neurowetenschappers Victor Lamme en Dick Swaab, die de afgelopen decennia zijn verschenen.  In beide boeken wordt betoogd dat de menselijke vrije wil niet bestaat. Deze opzienbarende mening deed aardig wat stof opwaaien in het wetenschappelijke wereldje en in de media. Beide auteurs worden regelmatig aangehaald als referentie. Het tegengeluid dat er ook was kwam in de media minder aan bod. Inmiddels is er echter onder wetenschappers een stevige tegenwind opgestoken. Zo schreef neurowetenschapper Herman Kolk het boek ‘Vrije wil is geen illusie’, en schreef hoogleraar cognitiefilosofie Marc Slors het boek ‘Dat had je gedacht’. De laatste poneert in zijn boek de stelling: hersenwetenschap verandert onze kijk op de rol van bewustzijn, maar zegt zo goed als niets over de vrije wil.

Ook Daniel Dennett (1942), filosoof, cognitiewetenschapper en hoogleraar aan Tufts University, plaatst zich in een interview met Nemo Kennislink in 2016 bepaald niet achter de boektitels van Swaab en Lamme. “Lamme en Swaab hebben een te simpele voorstelling van wat vrije wil is. Ze hebben het over de afwezigheid van oorzaak en gevolg van een beslissing. Ze zeggen dan dat onze acties en beslissingen niet het gevolg zijn van onze intenties, maar al ver van tevoren te voorspellen zijn.

Als Lamme en Swaab alleen zeggen: ‘er is geen onveroorzaakte oorzaak’, dan hebben ze gelijk. Maar dat heeft niets te maken met of we vrije wil hebben of niet. Deze neurowetenschappers verwijzen naar experimenten waarbij sommige door ons zelf-geïnitieerde acties enkele seconden van tevoren te voorspellen zijn. Dat is natuurlijk interessant, maar het betekent niet dat we geen vrije wil hebben.”

Testje van Libet

Aanhangers van de gedachte dat de vrije wil niet bestaat baseren zich meestal op een experiment van de Amerikaanse neurofysioloog Benjamin Libet. Dit experiment kwam er op neer dat proefpersonen was gevraagd om hun vinger te bewegen wanneer zij daartoe de tijd rijp achtten. Tevens moest de proefpersoon aangeven op welk moment hij het eerst de aandrang voelde om te gaan reageren. Deze subjectieve schattingen bleek nu gemiddeld 300 milliseconden later te komen dan de vroegste hersenactiviteit die met behulp van de Readiness Potential van het EEG was gemeten. Hieruit kon worden afgeleid dat een halve seconde voordat een bewust besluit wordt genomen de hersenen deze al initieerden.  Met andere woorden, het lichaam was al in gereedheid gebracht om de vinger te bewegen voordat er een bewust besluit was genomen om dit te doen. Reuze handig natuurlijk want dat betekent dat je snel in staat bent om te handelen op het moment dat je definitief besluit om de handeling te verrichten. Libet en andere wetenschappers verbonden aan deze bevinding echter ook de zeer vergaande conclusie dat onbewuste (automatische) processen zoveel invloed hebben op ons handelen dat we amper tot handelingen komen ten gevolge van bewuste intenties en beslissingen. En dus, zo luidt de eindconclusie, beschikken we niet over een vrije wil. Een experiment en een interpretatie die de complexiteit van het menselijk gedrag nogal ingrijpend simplificeren.

Geen wonder dat talrijke wetenschappers de waarde van het experiment, en vooral de interpretatie daarvan, betwijfelen en aanvechten.  In Nederland zijn dat onder meer Marc Slors, Herman Kolk, en hoogleraar filosofie Herman Philipse. Philipse drijft zelfs regelmatig de spot met de denkbeelden van Swaab en Lamme omtrent de vrije wil. Philipse geeft trouwens ook aan dat hij gelooft dat er wel individuele verschillen bestaan in de mogelijkheid om de vrije wil te gebruiken. De ene persoon zal meer moeite hebben met het veranderen van gedrag, bijvoorbeeld het stoppen met roken of alcohol, dan de ander. Stoppen met een schadelijke of ongewenste gewoonte is volgens Philipse ook een mooi bewijs voor de vrije wil want hij geeft als definitie van vrijheid: ’Vrijheid is het vermogen om op grond van redenen je gedrag te veranderen’. Volgens deze definitie kunnen we het omstreden testje van Libet dus ook laten zijn wat het is, en kiezen voor de gedachte dat de mens een vrije wil heeft wanneer hij op grond van redenen zijn gedrag kan veranderen. Vragen die daarbij aan de orde komen zijn onder meer: verhindert ons brein ons om te veranderen? Zijn er andere mechanismen die ons verhinderen om ons gedrag te veranderen?

Plasticiteit hersenen

De eerste vraag is op grond van de huidige stand van de wetenschap gemakkelijk te beantwoorden. Ons brein verhindert ons niet om te veranderen omdat het geen statisch geheel is maar juist tamelijk plastisch. De organisatie van onze hersenen kan veranderen als gevolg van als gevolg van ontwikkeling, leren of ervaring. Dit wordt neurale plasticiteit genoemd. Zelfs na hersenletsel kan neurale plasticiteit er aan bijdragen dat er herstel optreedt doordat functies van beschadigde hersendelen worden overgenomen door andere delen. Ook qua structuur zijn hersenen echter plastisch, zo is uit diverse recente onderzoeken gebleken. Bijvoorbeeld zijn er onderzoeken gedaan naar de invloed van mindfulness meditatie op de hersenstructuur. In deze studies werd gebruik gemaakt van MRI scans om de structuurveranderingen vast te stellen. Zo werd in 2011 een onderzoek gedaan aan de Universiteit van Giessen naar de effecten van een mindfulness training van 8 weken op de hersenstructuur. Op grond van de  MRI-beelden  werd bij de deelnemers een toegenomen dichtheid in de grijze materie in de hippocampus vastgesteld, waarvan bekend is dat het belangrijk is voor leervermogens en geheugen, en in de structuren geassocieerd met zelfbewustzijn, mededogen en introspectie. De door deelnemers gerapporteerde vermindering van stress werd ook gecorreleerd met een verminderde grijze materie dichtheid in de amygdala, waarvan bekend is dat het een belangrijke rol in angst en stress te speelt. Met andere woorden: ook als we zoals Swaab schrijft ons brein zijn, dan kunnen we nog steeds veranderen.

Bij de beantwoording van de tweede vraag, of er andere mechanismen zijn die verandering van gedrag belemmeren, stuiten we op onder meer de volgende zaken.

Overlevingsgedrag/instinctmatig gedrag.

In ons biologische systeem heeft de overlevingsdrang vanzelfsprekend de hoogste prioriteit. We zien dat bijvoorbeeld wanneer we schrikken. We schieten dan meteen in de vlucht- of vechtreactie; ons hele fysieke systeem wordt acuut en automatisch in gereedheid gebracht om tot actie over te gaan. Een mooi voorbeeld is een filmpje dat een tijdje op de sociale media circuleerde. Op straat loopt iemand die verkleed is als pop. Hij tikt een voorbijganger die hem nog niet gezien heeft op zijn rug. Deze draait zich om, schrikt, en slaat meteen toe. Tijd om na te denken is er niet, het lijfsbehoud staat voorop, van vrije wil is, tenminste tijdens de handeling, geen sprake. Wanneer er wel tijd is om na te denken zullen gedachten echter ook allereerst gericht zijn op voordelen voor het eigen ik; naar wat voor onszelf, ons voortbestaan en ons welzijn belangrijk is. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de piramide van Maslow. In de basis van de piramide staan de persoonlijk lichamelijke behoeften en behoefte aan veiligheid en zekerheid. Wanneer daar aan wordt voldaan ontstaat er ruimte voor sociaal contact, de uitwisseling van ervaringen, gevoelens en gedachten met anderen.  Een treetje hoger staat de behoefte aan waardering en erkenning.  En bovenin de piramide vinden we de zelfontplooiing.

In feite neemt de persoonlijke vrijheid toe in de hogere lagen van de piramide, daar waar we in enige mate loskomen van de fysieke dwang tot zelfbehoud. Dit kan gedaan worden door de aandacht te richten op waarden die we wenselijk vinden voor ons leven.

Conditioneringen/ automatische gedachtepatronen

Gedurende ons leven kunnen we steeds meer gaan leven volgens ingesleten patronen. Dat is soms comfortabel maar wanneer we leven op de automatische piloot beperken we onze mogelijkheden om telkens weer vrije keuzes te maken en nieuwe ervaringen op te doen. De volgende Boeddhistische spreuk drukt het treffend uit.

‘Streef een ongebonden geest na, van onderen van boven en er dwars doorheen. Hoe we op situaties reageren wordt vaak bepaald door onze gebruikelijke denkpatronen. Zolang die patronen bestaan, reageren we keer op keer op de zelfde automatische manier. De herkenning van onze geconditioneerde gedachten is de eerste stap om de cyclus te stoppen en door onze zelfopgelegde banden te breken en op die manier het pad te openen naar verbeelding, emotionele vrijheid, persoonlijke vervulling en geestelijke verlichting.’

Het pad naar verbeelding, emotionele vrijheid, persoonlijke vervulling en geestelijke verlichting ligt open wanneer we  los weten te komen van ingesleten patronen. Dat vereist oefening en is niet altijd gemakkelijk. Niet alleen omdat we ons veilig voelen (tweede laag piramide Maslov) bij het herhalen van (schijnbaar) succesvol gedrag, maar ook omdat het lastig is om denkpatronen te veranderen. Zeker wanneer we dat proberen te doen met onze wil. Een nieuw inzicht hieromtrent  wordt ons geleverd door de Acceptance and Commitment Therapy (ACT). ACT is een nieuwe vorm van psychotherapie die haar wortels heeft in de cognitieve gedragstherapie en gebruik maakt van Boeddhistische inzichten en technieken zoals bijvoorbeeld mindfulness. Steven Hayes, één van de grondleggers van ACT, schreef het boek ‘Uit je hoofd in het leven’ (2). De titel zegt meteen veel over de inhoud; wanneer je de invloed van je gedachtepatronen vermindert ontstaat er meer ruimte om te leven. Een fors deel van het boek is besteed aan hoe we iets kunnen doen aan automatische (vaak negatieve) gedachtepatronen die ons doen lijden en onze vrijheid beperken. De methode die gebruikt wordt om de invloed van automatische gedachtepatronen te verminderen wordt cognitieve defusie genoemd. Dit betekent dat de cursist, het is een werkboek, leert om zijn gedachten zonder oordeel waar te nemen en zonder iets met die gedachten te doen (mindfulness). Een gevolg daarvan is dat de cursist meer afstand tot zijn denken kan gaan ervaren; hij leert dat hij gedachten heeft en niet zijn gedachten is.  Wat tot gevolg heeft dat de cursist zijn denken ook als minder dwingend gaat ervaren. Deze aanpak is van wezenlijk belang. Want wanneer we proberen om gedachten te onderdrukken, bevechten, verdringen, of weg te redeneren, dan worden die gedachten juist meer manifest en dus ook dwingender. Een bekend proefje waarmee dit vastgesteld kan worden gaat als volgt. Ga eens tien minuten op een rustig plekje zitten. Geef jezelf de opdracht om gedurende die tien minuten niet aan een ijsbeer te denken. Na tien minuten zal je tot de conclusie komen dat dit niet is gelukt. Doordat je jouw hersenen de opdracht gaf om niet aan een ijsbeer te denken, waren je hersenen voortdurend bezig om in de gaten te houden dat je niet aan een ijsbeer zou denken en dacht je dus voortdurend aan een ijsbeer.

Hetzelfde verschijnsel zal optreden wanneer je van jezelf niet meer mag denken aan seks met de buurvrouw of wanneer je niet meer van jezelf mag denken dat je een mislukkeling bent. Dat gedachteonderdrukking niet werkt  is ook vastgesteld in wetenschappelijke studies. Dit verklaart ook waarom het zo lastig is om automatische denkpatronen en conditioneringen te veranderen. We dienen dat te doen op een wijze waar we niet aan gewend zijn, en dat vergt bovendien oefening. Mindfulness is hiervoor heel geschikt omdat het een vorm van meditatie is die ons doet ervaren dat gedachten niet ons handelen hoeven te bepalen, en dat we meer zijn dan ons denken. Dat meer zijn dan onze gedachten wordt binnen ACT aangeduid als het observerende zelf. Bohlmeijer en Hulsergen schrijven in hun boek Voluit leven (3) over het observerende zelf: ‘Het vermogen om gebeurtenissen te observeren die zich aan de persoon voordoen. Het observerende zelf heeft het vermogen gedachten, emoties, gedrag, fysieke gewaarwordingen en zintuiglijke prikkels (geluiden, voelen, zien) op te merken. Wanneer je in contact bent met het observerende zelf besef je dat je meer bent dan je gedachten, emoties, gedrag etc.’ Wie leert om meer gebruik te maken van het observerende zelf zal ook minder worden beïnvloed door automatische gedachtepatronen en conditioneringen, zo is de achterliggende gedachte.

Waardevol leven

Een andere belangrijke methode voor het verwerven van meer innerlijke vrijheid c.q. het ontwikkelen van de vrije wil wordt achterin het boek van Hayes gegeven. Nadat men eerst heeft geleerd om zich te bevrijden van het juk van de automatische gedachtepatronen en de conditioneringen wordt een nieuwe koers bepaald. Dit gebeurt door het formuleren van voornemens in de vorm van waarden. In het boek Voluit leven van Bohlmeijer en Hulsbergen wordt de volgende omschrijving van waarden gegeven: ‘Waarden zijn gekozen levensrichtingen. Het is geen doel met een eindpunt. Eerder een soort norm waarvoor je wilt gaan. Waarden kunnen met de tijd veranderen. Wanneer je leeft naar je waarden zal je merken dat je ontspanning ervaart. Wanneer je niet leeft naar je waarden kun je juist druk ervaren. Iets klopt er niet, je hart staat niet open.’ Hayes besteedt er in zijn boek een flink aantal bladzijden aan om uit te leggen wat waarden wel en niet zijn. Het voert te ver om daar binnen het bestek van deze tekst op in te gaan. Waar het hier om gaat is dat het formuleren van waarden er toe kan leiden dat we vanuit onze (relatief)vrije wil een levensrichting kiezen op tal van levensgebieden. Hayes noemt de volgende levensgebieden:

  1. Huwelijksrelatie, partner, intieme relatie
  2. Ouderschap
  3. Familieverhoudingen
  4. Vriendschap, sociale relaties
  5. Loopbaan, werk
  6. Onderwijs, opleiding, persoonlijke groei en ontwikkeling
  7. Recreatie en vrije tijd
  8. Spiritualiteit
  9. Burgerschap
  10. Gezondheid, fysiek welzijn

Bij de verschillende levensgebieden komen vragen aan de orde zoals bijvoorbeeld:

Vriendschap, sociale relaties: Vriendschappen vinden de meeste mensen waardevol. Wat voor vriend zou je willen zijn? Denk aan je meest intiemste vrienden en kijk of je erachter kunt komen hoe je je het liefst ten opzichte van hen zou manifesteren.

Ouderschap: Bedenk wat het voor je betekent vader of moeder te zijn. Hoe zie je jezelf het liefst in die rol? Ook als je geen kinderen hebt, kun je die vraag beantwoorden. Hoe zie je jezelf het liefst als steun  en toeverlaat voor anderen in die rol?

Spiritualiteit: Onder spiritualiteit verstaan we niet per se georganiseerde religie, al hoort dat er zeker bij. Spiritualiteit is alles wat je helpt om je verbonden te voelen met iets wat groter is dan jezelf, met een gevoel van verwondering en de transcendentie in het leven. Daar vallen je geloof, je spirituele en religieuze praktijken en je relatie met anderen op dit gebied onder. Wat wil je het liefst betekenen in dit opzicht?

Gebruik maken van de kracht van voornemens

Het invullen van waarden kan ons enorm helpen om richting aan ons leven te geven. Intenties kunnen door ons gewenst gedrag krachtig ondersteunen, vooral wanneer we gebruik maken van ons voorstellingsvermogen. Neurowetenschapper Herman Kolk legt in zijn boek ‘De vrije wil is geen illusie’ uit dat situaties die we ons voorstellen net zoveel invloed op ons gedrag kunnen uitoefenen als een feitelijke situatie in het hier en nu. Hij schrijft hierover onder meer: ‘Allerlei onderzoeken wijzen erop dat het goed is om je dingen voor te nemen. Wanneer je je voorneemt om een kabelaansluiting voor de televisie te nemen en daar gebruik van te maken, is de kans dat je dat een tijdje later ook werkelijk doet groter dan wanneer je alleen de aanbiedingsfolder hebt doorgenomen. Wanneer je je voorstelt dat je hard werkt voor een examen en daardoor een goed resultaat behaalt, heb je meer kans op een goed cijfer. Een belangrijk element in het succesvol plannen van de toekomst is dat je je een concrete voorwaarde voorstelt waaronder je het gedrag zult vertonen: ‘Als ik morgenochtend weer zo’n pijn heb in mijn enkel, ga ik naar de eerste hulp om een foto te laten maken.’

Hayes legt in zijn boek ook uit dat het belangrijk is om niet al te star aan waarden vast te houden. Waarden dienen richting gevend te zijn en moeten geen nieuwe dwangmatigheid worden. Toch dienen we de consequenties van onze keuzes ook niet te beschouwen als een vorm van onvrijheid. Onlangs had ik hierover een interessant gesprekje met iemand die aangaf dat hij wanneer hij vrijwilligerswerk zou gaan doen, hij onvrij zou worden, want dan zou hij bijvoorbeeld ’s morgens op een bepaald tijdstip op moeten staan. Ik heb geprobeerd om hem uit te leggen dat het woord moeten hier beter vervangen kan worden door ‘de natuurlijke consequentie van een vrije keuze’.

Nieuwe automatismen voortkomend uit vrije keuzes

Natuurlijk zal de keuze voor een richting in ons leven ook wel weer nieuwe automatismen opleveren. Zeker in situaties die vragen om snelle beslissingen. Ter illustratie keren we even terug naar het filmpje van de man die de pop sloeg die hem op straat op zijn schouder tikte. Dat was een gespierde man, iemand met het uiterlijk van een vechtsporter. Mogelijk dus ook iemand die er ooit voor gekozen heeft om zich te verdedigen wanneer hij aangevallen zou worden en die de reflexen van de vechtsport in zijn systeem heeft geprogrammeerd. Hij kiest er op het moment van de actie niet bewust voor om te slaan, maar heeft er wel vanuit vrijheid voor gekozen om vechtsport te gaan beoefenen. Een boeddhistische monnik zou in dezelfde situatie waarschijnlijk een totaal andere reflex hebben vertoond.

Dit omdat hij ooit vanuit zijn vrije wil voor een pacifistische levenshouding heeft gekozen. Hij zou zich wellicht gewoon omkeren om te zien wie hem op de schouder tikt. Beide heren vertonen echter automatische reacties die worden beïnvloed door de vrije keuze van een levensrichting. Reflexen altijd te beschouwen als onvrij handelen is derhalve net zo’n misvatting als te vinden dat het moeten is wanneer je op een bepaald tijdstip op gaat staan om vrijwilligerswerk te gaan doen. Het hebben van intenties en het invullen van waarden zal nieuwe automatismen veroorzaken, maar die zijn dan wel gebaseerd op vrije keuzes.

Relatieve vrijheid als kiem voor grote vrijheid

ACT is inmiddels een geaccepteerde en volwaardige handleiding voor een vrijer leven. Het onderdeel mindfulness wordt door velen beoefend. Wetenschappelijke studies tonen aan dat ACT bevrijdend kan werken en kan leiden tot een waardevoller leven. Hayes schrijft hierover in de laatste bladzijden van zijn boek: ‘Tot dusver bekrachtigen alle studies het positieve effect van ACT en leveren alle onderzoeken naar veranderingsprocessen die we kennen steun aan de theorie die aan ACT ten grondslag ligt. In enkele van deze onderzoeken heeft men ACT vergeleken met andere goed ontwikkelde en empirisch onderbouwde methoden. In bijna alle tot dusver gepubliceerde vergelijkingen doet ACT het goed of (in sommige gevallen) beter dan bestaande methodes die als effectief bekend staan.

Tot dusver zijn er positieve gecontroleerde resultatenonderzoeken gedaan op het gebied van angst, stress, obsessief-compulsieve en OCD-spectrum stoornissen, depressie, roken, drugsgebruik, stigma’s en vooroordelen, chronische pijn, bereidheid om nieuwe werkwijzen te leren, het vermogen om nieuwe werkwijzen te leren, het omgaan met psychose, diabetes, kanker en epilepsie, en burn-out bij werknemers’.

Mensen kunnen dus wel degelijk veranderen. Ze kunnen bijvoorbeeld beter leren omgaan met dwangmatigheid, verslavingen, vooroordelen herzien, en ziekten beter leren verdragen. Zijn we dan toch niet enkel een pakketje genen en hersencellen? Kunnen we dan toch onze relatieve vrijheid benutten om een grotere vrijheid te verwerven? Het lijkt er op en dat is waarschijnlijk maar goed ook. Want zo blijkt uit een door Herman Kolk aangehaald onderzoek van T. Wolfe, mensen die niet in de vrije wil geloven gedragen zich minder sociaal. …. ‘Zo is aangetoond dat het lezen van een tekst van een bekend hersenonderzoeker, waarin met de vrije wil de vloer wordt aangeveegd, proefpersonen stimuleerde tot spieken tijdens het tentamen of het achteroverdrukken van geld, terwijl bij proefpersonen die een tekst hadden bestudeerd waarin de vrije wil juist werd verdedigd die neiging veel minder sterk was. Voortbordurend op dit onderzoek toonde Baumeister aan dat het lezen van teksten gericht tegen de vrije wil ertoe leidde dat proefpersonen zich minder vaak bereid verklaarden anderen te helpen. In een tweede experiment liet hij zien dat zij zich, na het lezen van zulke teksten, ook minder vaak inschreven voor een vrijwilligersproject. Proefpersonen handelden, zo bleek in een derde experiment, ook agressiever tegenover andere deelnemers: ze deden vaker scherpe pepersaus op het eten dat zij voor een andere proefpersoon moesten klaarmaken, terwijl hen verteld was dat deze niet van scherpe saus hield’. Hmm, een betere wereld begint dus met het geloven in je vrije wil. Tja, dat lijkt logisch.

Noten:

  1. https://www.nemokennislink.nl/publicaties/de-vrije-wil-natuurlijk-bestaat-die/
  2. Uit je hoofd in het leven. Steven C. Hayes. Uitgeverij Nieuwe Zijds. ISBN 9789057122279
  3. Voluit leven. Ernst Bohlmeijer, Monique Hulsbergen. Uitgeverij Boom. ISBN 9789085066866

Gepubliceerd Volzin Magazine september 2013, herzien 5 januari 2022

Beste vrijheidsstrijders

Beste demonstranten voor vrijheid en democratie. Mij wordt het altijd warm om het hart als ik mensen zie strijden tegen onderdrukking en dus voor vrijheid. Het is zo’n essentieel beginsel van menswaardigheid dat we vrij zijn om ons eigen leven te leiden, uitdrukking te geven aan onze ultieme zijn, dat ik degenen die zich daar sterk voor maken ware helden vind. Zeker als zij daarvoor op een winderige dag naar Amsterdam gaan, zichzelf (en hun dierbaren achteraf) daar blootstellen aan besmetting met een ernstige ziekte, en zij politiemensen uitdagen tot hardhandig optreden zodat dit gefilmd kan worden en kan worden gebruikt als propaganda tegen de Nederlandse politiestaat. Vooral degenen die er in slagen om ‘om te vallen’ voordat zij geraakt worden vind ik een toonbeeld van dapperheid. Vallen is namelijk best wel gevaarlijk en kan op zijn minst heel pijnlijk zijn.

Maar als jullie toch zo bewonderingswaardig gaan voor de goede zaak, wil ik jullie vragen om ook te demonstreren voor wat dingetjes die grote invloed hebben op mijn gevoel voor vrijheid en dat voor vele anderen. Want laten we wel zijn: vrijheid is alleen vrijheid als het voor iedereen geldt. Dus wil ik graag dat er ook wat spandoeken meegedragen worden die uitdragen wat voor mijn vrijheid belangrijk is. En dat is onder meer het volgende.

  • Ik zou graag zien dat er minder geluidsoverlast wordt geproduceerd. Vuurwerk bijvoorbeeld is een inbreuk op mijn vrijheid als het gaat om mijn recht op stilte en rust.
  • Het tweede punt is gecorreleerd aan het eerste. Vuurwerk zorgt voor vervuiling van de lucht die ik inadem. Schone lucht inademen behoort voor mij bij vrijheid. Immers, dat iemand anders de lucht vervuilt voordat ik die inadem betekent dat ik tot iets gedwongen wordt wat ik niet wil.
  • En dan ook graag een spandoek met het volgende: ‘Wij eisen dat niemand de vrijheid op gezondheid van een ander in gevaar mag brengen door deze te besmetten met ziektekiemen. Immers, besmet worden met ziektekiemen, bijvoorbeeld met het covidvirus, is over het algemeen, uitzonderingen daargelaten, geen vrije keuze. En… ‘geen vrije keuze’ zegt het al, iemand besmetten is een inbreuk op de vrijheid van die ander.’ Deze tekst is misschien wat lang voor een doorsnee spandoek, maar is wel zo belangrijk dat je speciaal hiervoor een spandoek zou kunnen maken dat groot genoeg is. Toch?
  • Het vierde punt is gecorreleerd aan het derde. Mijn voorstel voor dit spandoek is als volgt: ‘Wij eisen de vrijheid voor mensen met een kwetsbare gezondheid om overal te komen waar zij willen komen, zonder het risico te lopen om besmet te worden door mensen die hun verantwoordelijkheid niet nemen.’ Die is mooi he? En bovendien ook alweer wat korter. Moet wel kunnen op een spandoek van een meter of drie. Desnoods laat je dan een ander spandoekje weg over dat Nederland een dictatuur is of zo. Want als je mag demonstreren met zulke enorme spandoeken valt het wel mee. Toch?
  • Het vijfde punt is mijns inziens heel belangrijk als je strijd voor vrijheid. Een essentiële voorwaarde voor vrijheid is namelijk dat we mensen die duidelijk laten zien dat ze onze vrijheid willen afnemen/beperken geen macht geven. Politici die bijvoorbeeld dreigen met tribunalen voor andere democratisch gekozen politici of voor medici en wetenschappers die zich inzetten voor de volksgezondheid. Dit dreigen heeft de bedoeling anderen het werk onmogelijk te maken of hen de mond te snoeren. Dat is nogal een kwalijke poging om de vrijheid van anderen in te perken, nietwaar? Ik stel dus voor een groot spandoek met slechts een paar woorden zodat die lekker goed leesbaar zijn: WEG MET FVD!

De klucht rond het vermeende coronamedicijn ivermectine

Werkt het nou wel of werkt het niet? Dat is de vraag die nu al bijna anderhalf jaar rondzingt met betrekking tot het antiwormmiddel ivermectine als mogelijke remedie tegen COVID-19. Aan het begin van de pandemie waren er wat artsen die voorgaven dat middelen zoals het antimalariamiddel hydroxychloroquine HCQ), ivermectine, en het antibioticum doxycycline zouden kunnen helpen tegen ernstig ziek worden door covid. Een bekend voorvechter in de VS is bijvoorbeeld de ic arts Pierre Kory en in Nederland was het huisarts Rob Elens die zijn patiënten deze middelen voorschreef en er ook de publiciteit mee zocht. Elens en een aantal collega’s vinden ook dat het Nederlands Huisartsen Genootschap ivermectine moet opnemen als behandeloptie in de richtlijn ‘COVID-19’ van het NHG. Daartoe spande hij via het door hem opgerichte  Algemene Nederlandse Burger Belangenvereniging (ANBB) een kort geding aan tegen het genootschap. De rechter wees de eis af. Uitgangspunt daarbij was dat het niet aan de rechter is om te bepalen of het geneesmiddel effectief is bij de (vroeg) behandeling van Covid-19. ‘Dat domein is voorbehouden aan wetenschappers’, aldus de voorzieningenrechter.

Nieuwe grote studie Oxford

De wetenschap was het over twee zaken wel snel eens: hydroxychloroquine was niet werkzaam tegen covid, en doxycycline werkt tegen bacteriële aandoeningen en niet tegen virussen. Met ivermectine lag het echter allemaal wat ingewikkelder. Er waren namelijk wel onderzoeken gedaan die plausibel maakten dat ivermectine werkzaam zou kunnen zijn. Echter bleken die onderzoeken ondeugdelijk te zijn uitgevoerd. Zelfs zou er in enkele gevallen sprake zijn geweest van fraude. Er ontstond meer hoop op klaarheid in deze kwestie nadat de Universiteit van Oxford op 23 juni van dit jaar aankondigde dat er onder haar leiding een groot onderzoek onder minstens 5000 participanten gedaan zou gaan worden, de Principle studie. Volgens een bericht op de website van Principle zijn er inmiddels 8523 participanten geregistreerd. Of deze studie snel meer duidelijkheid gaat opleveren is inmiddels echter weer de vraag. Want de studie is stopgezet. Gepauzeerd, zo wordt naar buiten gebracht. Klaarblijkelijk omdat er tijdelijk geen ivermectine geleverd kan worden.

De producent zelf ook niet enthousiast

Ivermectinefabrikant Merck gaf geen direct commentaar op de leveringsproblemen die de studie onderbreken. Als onderdeel van een langere verklaring over het medicijn dat via e-mail aan MedPage Today is verstrekt, zei het bedrijf echter dat het “geconcludeerd heeft dat de kans dat ivermectine een potentieel veilige en effectieve behandelingsoptie biedt voor SARS-CoV-2-infectie laag is en prioriteit heeft gegeven aan interne inspanningen gericht op de ontwikkeling van alternatieve kandidaten die een grotere kans op succes bieden voor de behandeling van COVID-19.” Het bedrijf heeft er steeds blijk van gegeven dat het niet veel vertrouwen heeft van hun product bij de preventie en behandeling van covid infecties.

Nieuw probleem?

Mochten de ‘leveringsproblemen’ opgelost worden en de studie hervat kunnen worden, dan stuiten de onderzoekers mogelijk op een interessant nieuw probleem. Moet er, nu Omikron aan zo’n grote opmars bezig is, juist niet gekeken worden naar de effecten van ivermectine op deze variant? Wat ook zou kunnen impliceren dat Elens en collega’s voorlopig zouden moeten afzien van het adviseren en voorschrijven van het middel.

Intussen heeft in Nederland de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) aangekondigd onderzoek te gaan doen naar een groep artsen die het omstreden medicijn voorschrijft aan mensen met Covid-19.

Referenties:

  • https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Midden-Nederland/Nieuws/Paginas/Nederlands-Huisartsen-Genootschap-hoeft-advies-over-off-label-voorschrijven-van-medicijn-voor-COVID-19-niet-aan-te-passen.aspx
  • https://www.principletrial.org/news/ivermectin-to-be-investigated-as-a-possible-treatment-for-covid-19-in-oxford2019s-principle-trial
  • https://www.medpagetoday.com/special-reports/exclusives/96194

Mindfulle muggenjacht

Ik heb eens ergens gelezen over een religieuze orde waarvan de aanhangers op geen enkele wijze dieren wilden schaden. Ze aten veganistisch, letten tijdens het lopen op dat ze geen mieren of andere kleine dieren vertrapten, en ze zetten nooit zomaar een schep in de grond omdat ze dan een regenworm doormidden zouden kunnen spitten. Volgens mij waren het de Katharen. Ik heb daar wel wat mee. Ik eet vegetarisch, tijdens een wandeling stap ik zorgvuldig over colonnes mieren of een slak heen, en wanneer ik langs de waterkant een paar eenden zie zitten loop ik er met een boogje omheen zodat ze niet uit schrik weer te water hoeven.

Er zijn echter grenzen aan mijn mededogen met dieren. Met muggen heb ik bijvoorbeeld geen enkele consideratie. Zeker niet wanneer ze ’s nachts in mijn slaapkamer rond zoemen. Een zoemende mug zorgt er voor dat ik onmiddellijk mijn ogen opensla, dat mijn lijf verstrakt, en er een moordlustige blik in mijn ogen verschijnt. Mijn hele systeem is op zo’n moment binnen een fractie van een seconde klaar voor de jacht, een verbeten jacht gericht op behoud van bloed en nachtrust, en dus om de vijand te doden. Dat betekent echter niet dat ik dan meteen mijn bed uitspring, het licht aan doe, de vliegenmepper of een tijdschrift pak, en de bloedbeluste belager ga zoeken. Muggen zijn uitermate behoedzaam en zo gauw je het licht aandoet verstoppen ze zich, waardoor je eindeloos aan het zoeken blijft. Ik heb een slimmere methode ontwikkeld; een passief agressieve strijdwijze.

mosquito-1332382__340

Ik trek, ook als het warm is, de dekens tot aan mijn kin omhoog, zodat alleen mijn hoofd als voederplek voor de mug overblijft. Vervolgens denk ik “kom maar mugje ik heb heerlijk bloed, doe je tegoed”. Dat is heel belangrijk want als je gaat liggen denken: “kom maar op kreng, ik plet je”, dan voelen ze dat en komen ze niet. Muggen hebben een neus voor bloed, maar ook voor stofjes die je agressief en dus bedreigend maken. Wil je een mug te grazen nemen, voel je dan één met het beestje, en gun hem liefdevol je bloed. Dat is natuurlijk niet zo heel gemakkelijk, het vergt dat je kunt schakelen van haat naar liefde, en dat kan enige oefening vergen. Een training in mindfulness is een aanrader. Ik heb er ooit een cursusje in gedaan en dat helpt me enorm bij de muggenjacht. De geveinsde gevoelens van liefde en de voorgewende bereidwilligheid om als prooi te dienen hoeven echter ook niet langdurig opgebracht te worden. Het is geen mentale krachtsinspanning die boeddhistische volharding vergt. Mijn ervaring is dat de mug de uitnodiging binnen enkele minuten aanneemt, en op het enige plekje landt waar zij (het zijn de vrouwtjes die prikken) me nog te grazen kan nemen, mijn gezicht. Een ideale plek natuurlijk want je gezicht bevindt zich dicht bij je oren, en dus hoor je haar heel goed aankomen. Bovendien heeft de huid van je gezicht veel gevoelszenuwen en dus voel je ook de zachte landing zodat je weet waar de liquidatie plaats dient te vinden. De rest is een kwestie van een goede gevoel/hand coördinatie… Als ik mezelf dan volgens deze doeltreffende strategie een flinke pets op mijn wang heb gegeven, en ik geen gezoem meer hoor, val ik bijzonder voldaan is slaap. Ik heb een oorlog gewonnen, de wereld is weer veilig.

‘Liefde is vrijheid’

Ik liep naar de andere kant van de dansvloer en vroeg of ik even bij hen mocht zitten. Natuurlijk mocht dat. Ik vertelde dat ik hen een compliment wilde maken voor hun dansperformance. Ik had namelijk al vaak van ze genoten. Ze dansten samen met zoveel passie dat de erotiek er vanaf spatte. Niet ordinair maar heel intens. Je zou niet zeggen dat ze rond de zestig waren. Hij had ook 45 kunnen zijn, en zij had blond krullend lang haar en een figuur waar heel van meisjes van 18 jaloers op zouden zijn. En alles wat ze deed, deed ze met de intentie van een wervelstorm. Enkel de kreukjes in haar gezicht vertelden een ander verhaal.

tango-1282847__340

Ik dacht dat ze een stel waren, maar tot mijn grote verrassing bleken ze elkaar al jarenlang enkel op de zaterdagavond te zien. Ze hielden niet van de gebondenheid van een relatie. Vrijheid was hun motto. Wat me wel opviel was dat vooral hij die vrijheid propageerde. Zo deed hij dat door me te vragen wat liefde was. Ik opperde dat liefde onder meer inhoudt dat je elkaar graag ziet, dat je graag bij elkaar bent. Hij keek me ongelovig aan; hoe kortzichtig kon iemand zijn? Hij sprak het uit als een goeroe: ‘Als je van elkaar houdt, laat je elkaar vrij’, ‘liefde is vrijheid’. Ik bracht er tegenin dat je ook de vrijheid hebt om graag te willen genieten van elkaars gezelschap, wat een ietwat wazige discussie opleverde.

Natuurlijk had ik het hele idee ‘dat liefde vrijheid is’ kunnen ridiculiseren, door op te merken dat opperste liefde dan dus zou kunnen betekenen dat je elkaar helemaal niet ziet, of zoiets. ‘Schat ik hou zo ontzettend veel van je, ik hoef je dit weekend niet te zien. Doei.’ Ik kwam echter niet op dat idee en evenmin vroeg ik hem of hij zich weleens afgevraagd had of hij misschien last zou kunnen hebben van bindingsangst.
Het was de pienter ogende student die de glazen opruimde die een passende afsluiting gaf aan de strijdvaardige uitwisseling van gedachten en opvattingen. Mijn gesprekspartner maakte van zijn verschijnen gebruik door hem te vragen naar zijn opvatting over de waarde van vrijheid. De jongeman dacht geen moment na, het leek bijna alsof hem de vraag een half uur van tevoren was gesteld, zo snel kwam het antwoord: ‘Vrijheid is een illusie mijnheer’. We hebben hem niet gevraagd wat hij van de liefde vond.

Interview met God (1)

Een unieke menselijke trek ten opzichte van andere wezens met een fysiek lichaam is dat wij ons kunnen afvragen hoe we hier komen en waarom we hier zijn. Dat is natuurlijk ook een interessante vraag, die echter  nooit afdoende is beantwoord. Er wordt wel over gespeculeerd. Bijvoorbeeld dat we geschapen zouden zijn door een God of door goden. Of dat we langzaam aan van ééncelligen zijn geëvolueerd tot de bijzonder complexe wezens die we nu zijn. Geen van deze verklaringen is echter zo hermetisch waterdicht dat we het met zijn allen zeker weten. Immers, als we het zeker wisten zouden we niet doorgaan met speculeren. En dus blijven miljarden mensen zich dezelfde vragen stellen, dag in en dag uit. Maar ja, als je jezelf vragen gaat stellen wil je ook zo respectvol jegens jezelf zijn dat je antwoorden geeft. En dus ga je er over nadenken. Dat werkt echter niet. Doeltreffend nadenken heeft alleen zin wanneer je over voldoende informatie beschikt. En omtrent deze vragen is ons die informatie niet gegeven. Dus kwam ik een tijdje terug op het idee om die informatie maar te gaan inwinnen. Om zeker te zijn dat ik ook betrouwbare informatie zou krijgen, leek het mij handig om mij te wenden tot het allerhoogste adres; God zelf. Allereerst omdat wanneer je Hem ontmoet je ook zeker weet dat Hij bestaat. Ten tweede omdat als Hij bestaat, Hij ook de antwoorden op onze vragen zou moeten hebben. Maar hoe benader je Hem? Je kunt Hem niet eenvoudigweg bellen, mailen, of tweeten. Tenminste ik heb nog niet van iemand gehoord die op die manieren contact heeft gemaakt. Ook bidden lijkt meestal eenrichtingsverkeer te zijn. Toen ik daar zo over na zat te denken kreeg ik een heldere gedachte; God had Mozes al eens toegesproken via een brandend braambos, dus misschien was dat het communicatiemiddel bij uitstek.

Mozes brandende struik

Geleid door deze heldere ingeving, ging ik naar een stuk bos tussen Hengelo en Lonneker, de wildernis genaamd, en zocht daar een prachtige braamstruik uit. Het was al dagen erg droog, en dus schatte ik in dat de struik wel zou willen branden. Tegelijkertijd was ik ook bezorgd dat er gevaar voor bosbrand bestond. Daarom legde ik eerst een wal van aarde rond de struik. Dat was een klus die zeker een uur in beslag nam. Daarna kwam natuurlijk de vraag aan de orde of ik de struik zelf aan moest steken of dat God dat zou doen. Ik besloot het uiteindelijk maar bij Hem te laten, en stelde de simpele vraag: “Almachtige God ik wil u graag een paar vragen stellen, kunnen we daarvoor een afspraak maken?” Geen reactie…, dus stelde ik de vraag nog maar een keer. Weer geen reactie. Pas nadat ik de vraag voor de derde keer had gesteld, begon er aan de onderkant van de struik voorzichtig een vlammetje te knetteren dat zich snel tot een vlammenzee uitbreidde.

Toen het vuur op zijn hoogtepunt was klonk er een stem. Niet zomaar een stem, maar het geluid van een bulderende storm die woorden vormde: “Mensenkind, je hebt erg veel moed dat je mij durft lastig te vallen. Ik kan erg vertoornd raken wanneer ik wordt gestoord. Bovendien was ik net aan het wandelen in de hemelse tuinen, en dan heb ik even helemaal geen zin om mij met aardse zaken bezig te houden. Aan de andere kant komt jouw vraag wel op het goede moment, want de tijd is rijp om weer wat geheimen te openbaren, dus roep maar een dag en tijdstip waarop ik je kan halen.”

Ik was even te confuus om te antwoorden. Het is ook geen alledaags verschijnsel om de stem van de Allerhoogste te mogen horen. Toen ik mijn krachten hervond slaagde ik er in om hakkelend uit te brengen: “He.. Hemelse Va..Vader past het u op 3 november om 10.00 uur ’s ochtends?” Het antwoord klonk snuivend als van een vuurspuwende draak, en de vonken spetterden tot in de kruinen van de bomen: “Zo vroeg? Dan heb ik amper mijn ontbijt van hemelse cornflakes met vruchten door mijn keel. Laten we het een uurtje later doen. Je hoeft er niets voor te ondernemen, ik pik je op, en we gaan dan vervolgens naar een plek waar we rustig kunnen praten. Gegroet mensenkind”. Meteen nadat de Allerhoogste deze woorden sprak was de struik opgebrand, en bleef ik alleen achter in een opvallend stil bos.

Op de dag van de afspraak was ik al om 4 uur ’s ochtends wakker. Nerveus natuurlijk, want een interview met de Allerhoogste is geen sinecure. Ook maakte ik me zorgen over de wijze waarop ik vervoerd zou worden naar de plek waar het gesprek plaats zou vinden. Ik heb vliegangst….. Natuurlijk weet ik wel dat als de Allerhoogste je verplaatst, er niet het minste risico bestaat, maar toch….. Gelukkig bleek de angst ongegrond. Om precies elf uur bevond ik mij plotseling, van het ene moment op het andere, op een andere plek. Een betoverende plek. Ik zat op de top van een heuvel, omgeven door prachtige bloemenweiden.

Het mij omringende landschap had een kleurintensiteit die ik niet beter kan omschrijven dan onaards, maar dan fraaier. Het licht dat deze wereld bescheen was ook anders dan zoals wij dat kennen. Het was een licht dat vrij was van de bedreiging van de donkerte, een licht dat vanzelfsprekend en zuiver voelde; dat er was omdat er niets anders was. Zoals het goede kan bestaan zonder het kwaad. Wij mensen kunnen ons dat natuurlijk niet voorstellen, omdat voor ons het goede juist zichtbaar wordt door het kwaad. Op de plek waar ik was, was echter elk gevoel van dualiteit afwezig. Er was een eenheid die een gevoel van opperste gelukzaligheid opriep.

Als rechtgeaard aardmens vroeg ik mij natuurlijk meteen af of dit op termijn niet saai kon gaan worden. Maar zo voelde het niet, het had voor mij eeuwig kunnen duren. Dit gevoel van extase werd nog eens versterkt toen ik Zijn aanwezigheid voelde. Een aanwezigheid die ik niet verder kan en mag beschrijven. De Allerhoogste maakte dit meteen kenbaar: “Geen foto’s en geen film alsjeblieft. Ook een beschrijving van mijn verschijning wordt niet op prijs gesteld. De mensheid kan het nog niet aan om mij in levende lijve of in pixels te zien. Een beschrijving van mijn persoon zou op sommigen zelfs al een indruk kunnen maken die ze psychisch niet aankunnen. Laat ze nog maar een tijdje blijven geloven in een oude man met een grijze baard, of zoals je tegenwoordig vaak hoort in “iets”. Daar schuilt niks kwaads in. Dat jij mijn gelaat wel kunt aanschouwen komt omdat je hier in andere omstandigheden verkeert. De afwezigheid van het kwaad hier op deze plek maakt dat het aanschouwen van mijn “gelaat” voor jou te verdragen is. Maar mensenkind, brand los met je vragen. We hebben een uurtje.”

Nou ja, daar was ik natuurlijk voor gekomen. Ik had mij grondig voorbereid, en een vragenlijstje meegenomen, dus rolde de eerste vraag meteen van mijn lippen:

Allerhoogste, door het eten van de appel van de boom van kennis van goed en kwaad moesten Adam en Eva het verschil tussen goed en kwaad leren kennen. U had die boom daar geplant. Betekent dit ook dat u voorzien had dat Adam en Eva deze uitdaging zouden aangaan?

Antwoord God: “Aan deze wereld is een heel andere wereld voorafgegaan, de wereld van de dinosauriërs. Die wereld was een creatie van Lucifer, in Genesis en Openbaring dan ook wel toepasselijk de grote draak of Leviathan genoemd. Het was een prachtige dierentuin met bijzonder indrukwekkende wezens. Na miljoenen jaren hadden we het echter wel gehad met deze verstandeloze beestenbende, waar verder ook geen vooruitgang in zat, en die dus saai begon te worden. Dus stuurden we een komeet een beetje bij zodat deze op de aarde insloeg. De resultaten zijn bekend, de dinosauriërs stierven uit, een aantal kleinere diersoorten die in het volgende project zouden passen bleven bestaan. Lucifer was het daar helemaal niet mee eens, hij was een echte reptielenfan, en hij keerde zich tegen me, en ook tegen het volgende project, waarin de mens ten tonele zou verschijnen. De bedoeling van het mensproject was om wezens te creëren naar ons evenbeeld, die tevens de vrijheid zouden bezitten om hun eigen keuzes te maken. Die vrijheid zou dus ook moeten inhouden dat zij konden kiezen voor het “nietgoede” oftewel het kwaad. Dit wordt symbolisch tot uitdrukking gebracht door de “boom van kennis van goed en kwaad” in Genesis.

Natuurlijk hoopte en verwachtte ik dat de mens zich aangetrokken zou voelen tot het goede en het niet nodig zou vinden om van de boom te eten. Echter, Lucifer was nog steeds gefrustreerd over zijn verlies van de wereld van de dinosauriërs en wilde met alle middelen tegenhouden dat het mensproject in de gekozen opzet zou slagen. Daarom zorgde hij er door middel van zijn slangenact voor dat de mens er voor koos om wel van de boom te eten. De consequentie daarvan was dat de mens het kwade niet alleen theoretisch zou leren kennen maar het ook aan den lijve zou moeten ondervinden. Dat kon echter niet in het paradijs. Daar was alles wat de mens nodig had, en daarom was daar geen reden om tot het kwade te vervallen. Het kwade is namelijk iets dat bij uitstek floreert in de materiële wereld, waar wezens de zorg voor hun fysieke voortbestaan hebben. In de geestelijke wereld heb je geen kleren nodig, geen voedsel, en geen bezit. Het ego is er overbodig, en dus is er ook geen concurrentie die mensen tot het kwade aanzet. Om het kwade te leren kennen moest de mens dus in materiële wereld worden geplaatst. Zoals in de bijbel staat: “De mens moest zijn brood verdienen in het zweet des aanschijns”. Enfin, de mens werd dus op de aarde geplaatst, en moest daar zien te overleven. Niet eens zozeer als een straf, maar als consequentie van zijn keuze. Mensen die mij verantwoordelijk achten voor de ellende in de wereld begrijpen het dus ook niet goed. Het lijden is in feite de prijs voor de vrijheid. Ik weet echter zeker dat de mens die vrijheid zal gebruiken om uiteindelijk voor het goede te kiezen. Allereerst omdat de mens naar mijn evenbeeld is geschapen, maar ook omdat het een natuurwet is dat het goede uiteindelijk overwint. Dat laatste is uitermate logisch, want het kwade kan zichzelf niet in stand houden, het goede wel. Wanneer de mens uiteindelijk door inzicht en ervaringen voor het goede heeft gekozen is het ook geen cadeautje van de Schepper, maar een verworvenheid van de mens zelf. Vergelijk het maar met iemand die een mentaal probleem heeft. Het kan dan wel tijdelijk helpen om pillen te nemen, maar dat laat de aandoening niet echt verdwijnen en het leidt wel tot afhankelijkheid. Wanneer de patiënt echter zelf zijn depressiviteit of ander psychisch ongemak weet te overwinnen, is dat een verworvenheid waardoor hij mogelijk levenslang vrij is van zijn aandoening. Zo zal ook het overwinnen van het kwaad er toe leiden dat de mens slechts nog geneigd zal zijn tot het goede.

Dus u weet nu al zeker dat het goed met de mens zal aflopen?

Absoluut, en wie kan het beter weten dan ik.

Maar Allerhoogste was het dan niet veel doeltreffender geweest om Lucifer te vernietigen?

Ha, ha, ja dat zou een aardse sterveling kunnen denken maar zo simpel is dat niet. Ik ben een democratische God en hecht bovendien grote waarde aan mijn geloofwaardigheid. Ook voor Lucifer geldt dat het kwade zichzelf zal moeten straffen. Zijn werkterrein is de aarde, waar hij wil laten zien dat de mens uiteindelijk niet tot het goede geneigd is. Daarvoor heeft hij een bepaalde tijd gekregen. Wanneer zijn tijd voorbij is zal de balans opgemaakt worden. Wanneer blijkt dat hij ongelijk gehad heeft, zal hij de consequenties daarvan moeten aanvaarden. En dan praat ik niet meteen in termen van vernietigen maar over het tot inkeer komen en het gaan van een ontwikkelingsweg. Kijk, één van mijn sterke kanten is vergeving, maar vergeven doe ik alleen als blijkt dat de ander ook bereid is om van verder ongewenst gedrag af te zien.

Allerhoogste, bestaat er voor de mens een leven na de dood?

Ja, in feite sterft de individuele mens niet. Dat zou pas echt zonde zijn. Wanneer de menselijke ziel een groeiproces wil doormaken, is daar meer tijd voor nodig dan 70 a 80 jaar.

Betekent dit dat karma en reïncarnatie bestaan?

Ja en nee. Het is gewoon allemaal iets ingewikkelder dan de meeste mensen geloven. Hou het er maar op dat de mensen die geloven in de hemel, en zij die geloven in reïncarnatie, beide een beetje gelijk hebben.

En hoe zit het nou met evolutionisme en creationisme?

Ook daar zien we dat er te strakke standpunten bestaan, en dat er teveel in tegenstellingen wordt gedacht. De waarheid ligt ergens in het midden. Het menselijke lichaam is meegegroeid met de menselijke ziel. Ook dit is te ingewikkeld om uit te leggen, maar ga er maar van uit dat er sprake is van een evolutie waar ik af en toe een handje meehelp. Overigens geldt dit natuurlijk ook voor de dieren.

Maar is de mens dan nu intussen al een beetje af?

De mens van nu is in evolutionair opzicht  zeker nog niet een eindresultaat. Met name de neocortex is nog niet helemaal volgroeid. Daar moeten we nog wat aan sleutelen. Dat is echter lastig omdat we de wisselwerking tussen het lymbische systeem en de neocortex ook in de gaten moeten houden. Daar gaat nog wel eens wat mis, en wanneer dat gebeurt leidt dat tot gekke dingen.

Er wordt u nogal eens verweten dat U mensen laat lijden zonder dat U ingrijpt, en dat U dus een meedogenloze God bent. Wat is uw verweer?

Allereerst kan ik me niet verweren. Daarvoor zou ik te veel moeten uitleggen wat het begripsniveau van de mens op dit moment te boven gaat. Het heeft echter veel te maken met wat ik in een vorig antwoord al heb aangegeven; het lijden van de mens is nodig om goed en kwaad te leren kennen.

Dat is de prijs die de mens betaalt voor de vrije wil. Ik wil daar nog wel aan toevoegen dat mensen die het vermogen bezitten om het lijden van anderen in te voelen, zelf minder lijden zullen hoeven te ondergaan. Dat is een wetmatigheid. Het is dus ook zeker waar dat de mens voor een belangrijk deel zijn eigen lijden creëert. Overigens kan ik je met betrekking tot dit onderwerp aanraden om eens het boek ‘Uit je hoofd in het leven’ van Steven C. Hayes te lezen. Daarin staat prachtig uitgelegd hoe je het verzet tegen lijden kunt omvormen tot levenslust. Maar voor anderen, die dit interview lezen, wil ik ook jouw artikelen ‘Vrij denken’ en ‘De bevrijding van de vrije wil’ aanbevelen.

U lijkt niet veel op te hebben met genotzucht, het najagen van materieel bezit etc. Klopt dit?

Het leidt tot niets. Natuurlijk is het goed om af en toe van dingen te genieten, zoals een goede maaltijd of van intimiteit met je partner. Degenen die echter teveel gericht zijn op het bevredigen van hun genotzucht straffen zichzelf. Zij zijn als verslaafden die van de ene roes in de andere willen overgaan. Op termijn geeft de roes steeds minder bevrediging, en wordt de marteling van de tussenliggende onthouding steeds zwaarder.

In de bijbel staat in het oude testament beschreven dat er wel momenten zijn geweest dat u zich manifesteerde en ingreep. Sinds Jezus lijkt u dat niet meer te doen. Wat is daarvan de reden?

Op de momenten dat ik nog zichtbaar ingreep was de mensheid nog jong. Vergelijk het met de opvoeding van kinderen; wanneer ze nog jong zijn hebben ze veel begeleiding van hun ouders nodig. Wanneer kinderen in de pubertijd zijn, dienen ouders hen steeds meer eigen verantwoordelijkheid te geven, zodat ze hun eigen ontwikkelingsweg kunnen gaan. Tot aan Jezus gaf ik de mens veel wetten en voorschriften. Jezus maakte daar een einde aan door de wetten en voorschriften te vervangen door de liefdesboodschap. Inmiddels is de mensheid in de fase van gevorderde volwassenheid aanbeland. Mensen kunnen nog steeds bij me terecht om om wijsheid en kracht te bidden. Ik moet ze echter niet meer de wet willen voorschrijven.

Toch zijn er nog orthodoxe religies en religieuze leiders die hun volgelingen op een Oudtestamentische wijze de wet willen voorschrijven. Wat moeten we daar dan van vinden? 

Van gehoorzaamheid leer je niks, en het leidt heel dikwijls tot situaties waarin het eigen geweten en het eigen vermogen tot onderscheid worden uitgeschakeld. Tal van oorlogen en andere walgelijke daden zijn tot stand gekomen door slaafsheid aan een leider of een gemeenschappelijke waan. Religieuze leiders zouden de liefde dienen te prediken en geen voorschriften. Het leven van liefde verheft de mens. Niet alleen omdat het de tegenhangers haat en agressie met alle lijden wat daar bij hoort uitsluit, maar ook omdat leven met liefde de geest verrijkt en het leven glans geeft. Zoals Paulus in 1 Korinthiers 13:1-13 treffend beschrijft, het draait uiteindelijk allemaal om liefde.

Uitnemendheid der liefde

  1. Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.
  2. En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.
  3. En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.
  4. De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
  5. Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
  6. Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;
  7. Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.
  8. De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.
  9. Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;
  10. Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.
  11. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was.
  12. Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.
  13. En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.

Verder zou ik er ook een voorstander van zijn dat pastoors, imams, dominees, en andere geestelijke leiders, wat meer gebruik zouden maken van bevrijdende psychologie. Wanneer je een mens op een geestelijk niveau verder wil helpen moet je hem ook begrijpen, hem kunnen aanreiken wat aansluit bij zijn geestelijke behoeften en ontwikkeling. Ik geef een voorbeeld. Er zijn religieuze stromingen waarbinnen men zo bang is om te zondigen dat men situaties waarin verleiding zou kunnen ontstaan krampachtig uit de weg gaat. Bijvoorbeeld mannen die in een bus of vliegtuig niet naast een vrouw durven zitten omdat dat zondige gevoelens zou kunnen oproepen. Dat is niet gezond. Sterker nog dat is neurotisch vermijdingsgedrag, gebaseerd op de angst voor eigen gevoelens en gedachten, en dat kan heel dwangmatige vormen aannemen. Geestelijk leiders die wat voor hun gelovigen willen betekenen zouden in hun preken kunnen uitleggen dat vermijding geen echte oplossing is, en dat het leren verdragen van gedachten en impulsen dat wel is. Ook daarvoor is het boek ‘Uit je hoofd in het leven’ van Steven C. Hayes een absolute aanrader.

Veel mensen vrezen de dood. Tegelijkertijd zijn er velen die vermoeden dat het na de dood alleen maar mooier wordt. Waarom geeft u daar niet wat meer duidelijkheid over?

Allereerst is het zo dat het verschijnsel van de lichamelijke dood behoort tot de leerweg die het kennen van goed en kwaad mogelijk maakt. Dat is een gevolg van de keuze die de mens heeft gemaakt in het paradijs, en die leidde tot de uiteenzetting met de materiële of grofstoffelijke omstandigheden. Natuurlijk kan ik niet gaan vertellen dat het na de fysieke dood allemaal veel mooier is. Dan hield ik op aarde niemand over. Bovendien werkt het ook niet zo. Hoe het in een volgend leven gaat, wordt ook bepaald door het leven dat iemand heeft geleid, en de inzichten die men heeft verworven. Daar valt dus in algemene zin niets over te zeggen. Wel kan ik zeggen dat zelfmoord in de meeste gevallen niet leidt tot betere omstandigheden. De ervaringen die men nog nodig heeft, zullen toch opgedaan moeten worden.

Tot slot: heeft U nog een leuke uitsmijter?

Openbaring 21 vers 1-7. Deze belofte zal ik waarmaken. Gegroet mensenkind, en als je nog eens wat wilt weten….. Maar lees voordat je met nieuwe vragen komt mijn boek nog eens goed. Ook mijn tijd is kostbaar.

Voor degenen die Openbaring in de bijbel niet weten te vinden, het is het laatste hoofdstuk. Voor degenen die het teveel moeite vinden om het op te zoeken volgt hier de tekst:

Toen zag ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en ook de zee bestond niet meer. Ik zag een nieuw Jeruzalem, een nieuwe heilige stad, neerdalen vanuit God vanuit de hemel. Ze was als bruid getooid, mooi gemaakt voor haar man. En uit de richting van de troon hoorde ik luid een stem zeggen : ‘Nu heeft God zijn tent onder de mensen opgeslagen! Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volk zijn. God zelf zal bij hen zijn en hij zal elke traan uit hun ogen wissen. De dood zal er niet meer zijn; geen rouw, geen weeklacht, geen pijn zal er zijn, want de eerste dingen zijn voorbij.’ Hij die op de troon was gezeten zei : ‘Ik maak alles nieuw’. Tegen mij zei hij : ‘Schrijf! Want deze woorden zijn geloofwaardig en waarachtig’. En dit waren zijn woorden : ‘Alles is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft zal ik te drinken geven uit de bron met water dat leven geeft, om niet. Dit zal het deel zijn van wie overwint : Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon.’

Noot: Alle personen en omstandigheden in dit interview zijn ontsproten aan de fantasie van de schrijver. Elke overeenkomst met werkelijk bestaande personen, wezens of omstandigheden is rein toevallig. Slechts de tekst uit Openbaring is waarheidsgetrouw overgenomen uit de bijbel. Hierop rusten geen auteursrechten; het kopiëren of verveelvoudigen van deze tekst is vrij.